Interieurplatform ‘Kwaliteit in het interieur – kwaliteit in uitvoering’

Vrijdag 18 september vond het negende Interieurplatform plaats bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Het thema van deze editie: ‘Kwaliteit in het interieur – kwaliteit in uitvoering’ bood een interessant uitgangspunt voor een vijftal korte lezingen.

Ik heb met plezier geluisterd naar o.a. het verhaal van restauratiearchitect Frederik Franken die vertelde over de uitdagingen tijdens zijn werk voor het museum Ons’ Lieve Heer op Solder. Welke afwegingen hebben een rol gespeeld bij de restauratie van de katholieke schuilkerk? Hoe integreer je verlichting en nooduitgangbordjes in een historisch interieur? Hoe leg je bedrading aan zonder het monument onherroepelijk te beschadigen?



Het uitgangspunt hierbij was dat het aanbrengen van installaties niet mag leiden tot permanente beschadigingen van het gebouw (wat in dit geval het belangrijkste onderdeel is van de collectie). Door creatieve en vindingrijke oplossingen is bereikt dat de bedrading en opdekleidingen zo min mogelijk zichtbaar zijn. Er is gebruik gemaakt van oude freesgaten, en minder storende elementen zoals beugeltjes van metaal in plaats van plastic drukstrips.

Het kwam ook wel goed uit dat de vloerplanken niet meer stevig genoeg waren om de bezoekers te dragen. Er werden platen op gelegd die het gewicht kunnen verdelen, en daarop werden biesmatten gelegd (gangbare vloerbedekking in de tijd waarnaar bij de restauratie werd teruggegrepen). Hierdoor ontstond er een mogelijkheid om de nieuwe bedrading netjes weg te werken in een smal gootje aan de rand van de vloer.

Ook ten behoeve van het klimaat is één en ander aangepast. Aan de overkant van de straat is een entree gebouwd waar de bezoekers worden ‘geneutraliseerd’. Dat wil zeggen, ontdaan van natte jassen en schoenen. De bezoekers krijgen sloffen aangeboden, waarmee ze het museum mogen betreden. Dit is een belangrijke maatregel om de slijtage van de houten vloeren tegen te gaan.

Aan het klimaat in het museum zijn een aantal eisen gesteld. In de winter is de toegestane temperatuur 16 graden Celsius bij een RH van 40%, terwijl in de zomer temperaturen van maximaal 24 graden en een luchtvochtigheid van 70% zijn toegestaan, met een maximale duur van 10 dagen.

Om de nieuwe entree met het oude museum te verbinden is er gekozen om een ondergrondse doorgang te maken. Leuk detail is dat hierbij een beerput is ontdekt, waarvan ik de dag ervoor in het Allard Pierson museum het zeefsel heb kunnen bekijken.

interieurplatform 18 september 2015

Advertenties