Housekeeping met vrijwilligers

Wim Hoeben, hoofd beheer en behoud van het Rijksmuseum, leidde de Volkskrant rond door het depot in Lelystad: http://www.volkskrant.nl/depot

Hoeben verwoordt treffend wat hem aantrekt in het werk van een behoudsmedewerker: “Wat het werken in een depot leuk maakt, is dat je aan de spullen mag zitten. En voor mij ook het besef dat je een tijdlang verantwoordelijkheid draagt voor iets wat je vervolgens doorgeeft aan een volgende generatie.”
Zo voelt het voor mij ook vaak als ik fysiek met de objecten bezig ben. Bijvoorbeeld bij een conditiecontrole of bij het verzorgen van een deelcollectie. Maar ook bij het stoffen tijdens een housekeeping-ronde.
Bij kasteel Amerongen wordt housekeeping gedaan door vaste medewerkers en stagiairs, maar bij kasteel de Haar wordt gewerkt met de collectiebeheervrijwilligers. Reguliere schoonmakers zorgen ervoor (wel volgens instructies) dat de route van de rondleiding er presentabel uitziet. Eén keer per maand gaat de groep vrijwilligers onder leiding van de collectiebeheerder aan de slag in een aantal ruimtes die op dat moment aan de beurt zijn om grondig schoongemaakt te worden.
Vorige maand gingen we onder andere aan de slag in de zogenaamde ‘Cuypers-kamer’. Een knusse, prettige L-vormige kamer, met gewelfd plafond en meubels met veel typische Cuypers-ornamenten.
De kamer had een behandeling tegen motten ondergaan en de mottenuitwerpselen moesten worden verwijderd. Verder moest alles worden onstoft en nagekeken. De kamer werd ingedeeld in hoeken waar steeds een tweetal vrijwilligers aan het werk ging. In het midden stond een werktafel waar twee mensen zich ontfermden over de schilderijen en andere draagbare objecten. Bij het terughangen werden meteen de ophangsystemen van de schilderijen gecontroleerd.
Als je zo dicht op de spullen zit en het stof van iedere zitting en ieder ornament verwijdert, zie je ontzettend veel details. Het voelen van het materiaal, zij het met handschoenen, blijft toch wel speciaal omdat je je er steeds van bewust bent iets bijzonders in handen te hebben.
Het was zeker weer leuk om aan de spullen te zitten! Als we goed voor de objecten blijven zorgen, kan het stokje op zijn tijd worden doorgegeven aan de volgende generatie die verantwoordelijkheid zal dragen voor de conservering van de objecten.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Advertenties

Kilometers geschiedenis

Donderdag 17 september kregen we een kijkje achter de schermen bij het Stadsarchief Amsterdam en de Bijzondere Collecties van de UvA. Verschillende medewerkers leidden ons door de quarantaineruimten, de depots, de studiezalen en restauratieateliers.

Nieuw materiaal wordt bij binnenkomst eerst in quarantaine geplaatst. Daar wordt het gecontroleerd op schimmels en ongedierte (met name papiervisjes). Voor zover het kan, wordt het materiaal hier schoongemaakt, voordat het een plaats krijgt in het depot.
Omdat er zuinig moet worden omgegaan met de ruimte, worden de documenten op formaat gerangschikt, in plaats van op onderwerp. Alsnog beslaan de rijen van het Stadsarchief zo’n 50 kilometer lengte aan planken, en de Bijzondere Collecties van de UvA zelfs 150.

rolkasten

Leuk om te zien was dat er veel variatie is in het type dozen. Bij het Stadsarchief gebruiken ze verschillende formaten liggende dozen voor prenten, maar ook verschillende dozen voor opgerolde kaarten. Bij de Bijzondere Collecties worden kwetsbare boeken voorzien van een eigen cassette op maat, zodat het boek in zijn eigen verpakking kan uitzetten of krimpen en daarbij geen druk uitoefent op boeken ernaast.

casette

Om zo goed mogelijk te worden geconserveerd vragen verschillende informatiedragers om verschillende bewaarcondities. Dit hebben we aan den lijve ondervonden in het depot voor filmmateriaal en fotonegatieven. De ideale temperatuur voor het meeste papier 18 graden Celsius bij een RH waarde van 50%, terwijl de temperatuur in het ‘fotodepot’ niet hoger was dan 5 graden. Best koud, zo zonder jas!

In de restauratieateliers worden boeken gerepareerd waar nodig. Reparaties worden vooral uitgevoerd wanneer een beschadiging kan verergeren. Bijvoorbeeld als er een scheur zit in een prent of bouwtekening, of als de rug van een boek loszit. Bij de Bijzondere Collecties werken de restauratiemedewerkers ook aan tentoonstellingen. Zo maken ze voor elk boek een afzonderlijke standaard die voorkomen dat een boek dat strak in zijn band zit te ver open komt te liggen.

boekstandaard

Voor studenten, onderzoekers en particulieren bestaat de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen om objecten te mogen inzien. De meeste objecten zijn opvraagbaar en mogen in de studiezaal worden bestudeerd, maar er zijn ook materialen die je alleen te zien krijgt als je een heel goede reden hebt. Anders moet je het doen met het digitale exemplaar.

In de archieven speelt digitalisering een grote rol. De vraag die in me opkwam is: wat bewaar je wel en wat niet? Kun je iets na digitalisering zomaar weggooien? Misschien vinden wij documenten uit de jaren ’80 van de vorige eeuw niet zo bijzonder, maar hoe kijken we daar over pakweg vijftig jaar tegenaan? Als je de originele drager weggooit, heb je nog wel het beeld of de tekst, maar kun je nooit meer het fysieke object onderzoeken.

Na afloop bracht onze groep een bezoek aan het Allard Piersonmuseum. De opdracht was om te letten op de manier waarop voorwerpen worden tentoongesteld. Geen onderdeel van de tentoonstelling, maar wel erg interessant, was de demonstratie van een aantal vrijwilligers die zeefsel uit een beerput uit de 18e eeuw uitplozen. Ze lieten ons enthousiast hun selectie zien met o.a. vissenkieuwen, olijven-, druiven-, pruimenpitten, peperkorrels, notenschillen, botresten en zelfs urinekristrallen! Peperkorrels en olijvenpitten komen van ver (dus kostbaar) en duiden erop dat de beerput hoorde bij een welgestelde familie.

urinekristallen