Kilometers geschiedenis

Donderdag 17 september kregen we een kijkje achter de schermen bij het Stadsarchief Amsterdam en de Bijzondere Collecties van de UvA. Verschillende medewerkers leidden ons door de quarantaineruimten, de depots, de studiezalen en restauratieateliers.

Nieuw materiaal wordt bij binnenkomst eerst in quarantaine geplaatst. Daar wordt het gecontroleerd op schimmels en ongedierte (met name papiervisjes). Voor zover het kan, wordt het materiaal hier schoongemaakt, voordat het een plaats krijgt in het depot.
Omdat er zuinig moet worden omgegaan met de ruimte, worden de documenten op formaat gerangschikt, in plaats van op onderwerp. Alsnog beslaan de rijen van het Stadsarchief zo’n 50 kilometer lengte aan planken, en de Bijzondere Collecties van de UvA zelfs 150.

rolkasten

Leuk om te zien was dat er veel variatie is in het type dozen. Bij het Stadsarchief gebruiken ze verschillende formaten liggende dozen voor prenten, maar ook verschillende dozen voor opgerolde kaarten. Bij de Bijzondere Collecties worden kwetsbare boeken voorzien van een eigen cassette op maat, zodat het boek in zijn eigen verpakking kan uitzetten of krimpen en daarbij geen druk uitoefent op boeken ernaast.

casette

Om zo goed mogelijk te worden geconserveerd vragen verschillende informatiedragers om verschillende bewaarcondities. Dit hebben we aan den lijve ondervonden in het depot voor filmmateriaal en fotonegatieven. De ideale temperatuur voor het meeste papier 18 graden Celsius bij een RH waarde van 50%, terwijl de temperatuur in het ‘fotodepot’ niet hoger was dan 5 graden. Best koud, zo zonder jas!

In de restauratieateliers worden boeken gerepareerd waar nodig. Reparaties worden vooral uitgevoerd wanneer een beschadiging kan verergeren. Bijvoorbeeld als er een scheur zit in een prent of bouwtekening, of als de rug van een boek loszit. Bij de Bijzondere Collecties werken de restauratiemedewerkers ook aan tentoonstellingen. Zo maken ze voor elk boek een afzonderlijke standaard die voorkomen dat een boek dat strak in zijn band zit te ver open komt te liggen.

boekstandaard

Voor studenten, onderzoekers en particulieren bestaat de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen om objecten te mogen inzien. De meeste objecten zijn opvraagbaar en mogen in de studiezaal worden bestudeerd, maar er zijn ook materialen die je alleen te zien krijgt als je een heel goede reden hebt. Anders moet je het doen met het digitale exemplaar.

In de archieven speelt digitalisering een grote rol. De vraag die in me opkwam is: wat bewaar je wel en wat niet? Kun je iets na digitalisering zomaar weggooien? Misschien vinden wij documenten uit de jaren ’80 van de vorige eeuw niet zo bijzonder, maar hoe kijken we daar over pakweg vijftig jaar tegenaan? Als je de originele drager weggooit, heb je nog wel het beeld of de tekst, maar kun je nooit meer het fysieke object onderzoeken.

Na afloop bracht onze groep een bezoek aan het Allard Piersonmuseum. De opdracht was om te letten op de manier waarop voorwerpen worden tentoongesteld. Geen onderdeel van de tentoonstelling, maar wel erg interessant, was de demonstratie van een aantal vrijwilligers die zeefsel uit een beerput uit de 18e eeuw uitplozen. Ze lieten ons enthousiast hun selectie zien met o.a. vissenkieuwen, olijven-, druiven-, pruimenpitten, peperkorrels, notenschillen, botresten en zelfs urinekristrallen! Peperkorrels en olijvenpitten komen van ver (dus kostbaar) en duiden erop dat de beerput hoorde bij een welgestelde familie.

urinekristallen