Storing textiles and costumes

Lately, I was collecting information about the conservation of textiles, specifically costumes, in museum collections for an assignment as part of the Collection management course. During my search I came across a lot of interesting websites and articles.

One source I found particularly interesting was the Conservation Podcasts Series by the MNHS (Minnesota Historical Society. Textile conservator Ann Frisina, who works with the MNHS, is demonstrating how to make padded hangers, how to store textiles (both costumes and flat textiles) in acid free boxes and how to roll textiles on a tube. In other podcasts she is also explaining what materials can be used for storing textiles, and how to store quilts and coverlets.
As Ann Frisina explains, boxes can be very useful when storing textiles. They can be stacked high on shelves, they block out dirt and light, act as a barrier against insect infestation and can contain multiple (flat)objects. Moreover, they provide the only way of storing costume items that are too fragile to be hung.
In her demonstration, the conservator uses muslin (cotton) on the bottom of the box. She does that in order to be able to take objects out of the box by only lifting the cotton fabric, withhout the need to touch the (possibly fragile) objects individually. I suppose Tyvek can alo be used for this purpose.
Further on she demonstrates how to fold and pad flat textiles. Underneath each object, she places a piece of acid free tissue paper as a ‘handling sling’, to avoid the necessity of handling the objects directly.
Although the conservator here is giving some good advise and points out the most important aspects to consider when handling and storing textiles, I would think of using a different padding material than she does. She’s using tissue paper as a padding. Which is acid free and smooth when folded with care. However, a chunck of tissue paper can have sharp edged which can damage fragile textiles. Also, the chunks of tissue paper lose their volume and become more flat over time. For that reason I’d rather use a material like Fiberfill (covered with Tyvek for smoothness) that keeps its shape better, to pad textiles. Besides this, the most of the advise Ann Frisina is giving, has been very helpful!

Below you can compare the podcasts for yourself.

Advertenties

Museumvakdagen 2018

Op 18 en 19 april vond de derde editie van de Museumvakdagen plaats. Bedrijven gespecialiseerd in allerlei activiteiten, producten en diensten binnen de museumwereld presenteerden zich, en er werden inlooplezingen gegeven over uiteenlopende onderwerpen.

In het Evoluon

Als collectiebeheerder is het vooral interessant om te zien wat de ontwikkelingen zijn op het gebied van materialen voor beheer en behoud, transport en tentoonstellingen. Zo was het interessant om bijvoorbeeld de 3D Tikkel van PreservAbles -preservation products te zien. De 3D tikkel is een systeem, bestaande uit losse onderdelen die in en op elkaar geplaatst kunnen worden en samen een box vormen met eventueel afzonderlijke compartimenten. De box kan gebruikt worden als transportverpakking, maar leent zich ook als  depotverpakking.
De 3d Tikkel is gemaakt van Piocelan, een versie van geëxpandeerd polystyreen (Engels: expanded polystyrene, EPS) met een hogere dichtheid, en is daarmee sterk en duurzaam en stoot geen schadelijke stoffen uit. Ook handig: als je tussenschotjes met een mes op maat snijdt, verkruimelen ze niet (zoals piepschuim wel doet).

Een 3D Tikkel van bovenaf gezien

Een andere innovatieve manier van verpakken is Push en Store, een oplossing van Smart Storage Solutions. Het bestaat uit een plaat van Plastazote-schuim waarin een ruitvormig raster is ingesneden. Deze plaat kan in een doos of krat worden gelegd en de individuele ruitjes kunnen eenvoudig worden uitgedrukt, zodat de schuimplaat de omtrek van het object volgt. De ruitjes, die uit verschillende lagen bestaan, kunnen ook nog uit elkaar getrokken worden (wel hard trekken!) en dan kunnen die gebruikt worden om het object verder te stabiliseren zodat het niet beweegt in de krat. Een versie van zachter schuim is in ontwikkeling.

Door kleine vakjes uit het voorgesneden schuim te drukken, past een object er precies in

Een ontwikkeling die nog in de kinderschoenen staat, maar wel erg interessant is voor tentoonstellingsmakers (en wie weet, in de toekomst ook voor in het depot) is de Robocase van Bruns en Kiss the Frog. Dit is een interactieve vitrine waarbij de robotarm zelfstandig een (bijvoorbeeld door bezoekers geselecteerd) object van de plank pakt en naar de gewenste plek verplaatst. Erg innovatief! Ik ben benieuwd waar we dit in de toekomst gaan tegenkomen.

Oefenen, oefenen, oefenen…

 

Op maandag 19 juni organiseerde de Museumvereniging samen met de RCE en de Reinwardt Academie de workshopdag ‘CHV en BHV voor elkaar’. Het was vooral een doe-dag. Deelnemers gingen tijdens workshops zelf aan de slag met het onderwerp CHV (en een klein beetje BHV) waarin vooral het belang van oefenen werd uitgelicht.

Als het goed is hebben alle musea een BHV-plan, dit is immers verplicht. Een CHV-plan daarentegen is niet verplicht, en ontbreekt daardoor bij veel musea. Soms hebben musea wel een (uitgebreid) plan, maar wordt er nooit mee geoefend. De rode draad van deze dag was het belang van oefenen.
Oefenen is belangrijk. Daarmee kun je het CHV-plan aan de praktijk toetsen; loopt het in de realiteit wel zoals je het op papier bedacht had? Of moet er iets worden aangepast? Een andere belangrijke reden van oefenen is dat medewerkers weten hoe ze moeten handelen wanneer zich een incident of calamiteit voordoet. Hoe meer er geoefend wordt, hoe beter mensen in staat zijn om adequaat te reageren.
Tijdens deze dag volgden de deelnemers een drietal workshops. De eerste die ik volgde was een table-top oefening van Bij een table-top oefening word een plattegrond op tafel gelegd en worden poppetjes of kaartjes ingezet die personen of gebeurtenissen representeren. In dit geval werden er kaartjes gebruikt die bezoekers voorstelden, en kaartjes waarop een calamiteit stond afgebeeld (brand, etc.). De kaartjes werden volgens een bepaald scenario op de plattegrond gelegd, waarna de deelnemers hiermee konden schuiven. Een table-top oefening werkt goed om een scenario te kunnen visualiseren en na te spelen, zonder dat je daadwerkelijk een grootschalige oefening op locatie hoeft te organiseren.

table-top

Table-top oefening museum

Bij de tweede workshop werden deelnemers uitgedaagd om zelf aan de hand van een vragenlijstje (in de trant van wie-wat-waar) een scenario te bedenken. Hiervoor kregen we slechts 5 minuten de tijd. Dat lijkt kort, maar toch kom je zo snel op heel originele ideeën. Deze scenario’s kun je vervolgens bij een oefening gebruiken.
De laatste workshop, gegeven door Margriet Oomens van de Reinwardt Academie, was geconcentreerd rondom een stel (kapotte) plastic bekertjes op de grond, met daar bovenop een teddybeer. Dit scenario was gebaseerd op een voorval uit 2010 in museum Boijmans van Beuningen, waarbij een bezoeker onwel werd en middenin een kunstwerk viel. De deelnemers kregen de rollen toegewezen van BHV’er, CHV ‘er, CHV-coördinator en BHV-coördinator. Gelukkig weten we allemaal dat in het geval van een incident of calamiteit, de veiligheid van mensen voorop staat. Door dit daadwerkelijk na te spelen, werd duidelijk waar CHV en BHV elkaar ‘bijten’ wat de veiligheid van de collectie betreft. Als de bezoeker zich gaat bewegen, kan er meer schade ontstaan aan het kunstwerk. Maar kun je het wel maken om te vragen of meneer/mevrouw nog even zou willen blijven liggen?

vazen

Bezoeker wordt onwel en valt in een kunstwerk

Deze workshops waren goede voorbeelden van hoe je kort en snel een CHV-oefening kan doen en hoe je aan originele scenario’s komt. Oefenen kan zelfs met een kop koffie in de pauze, bij wijze van spreken. Daarnaast is het natuurlijk goed om ook eens, of vaker, een grote oefening te doen, waarin je het CHV-plan toetst aan de praktijk. Dit vereist wat meer tijd en organisatie, maar het kan wel erg veel opleveren.

Handige informatie bij het opstellen van een CHV-plan is onder andere te vinden op veilig-erfgoed.nl.

Lees verder

Creatief met kroonsteentjes en klittenband

Als collectiebeheerder moet je vaak creatief zijn. Met tijd, geld en ruimte, maar ook met materialen. Dat ervaar ik maar weer eens tijdens de lesdag in het Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen) in Amsterdam. Onze docent voor deze dag is Martijn de Ruijter, werkzaam als collectiebeheerder bij het museum. Hij zal ons een blik gunnen in de wondere wereld van materialen en depotsteunen.

In de ochtend hebben we op school het examen voor het maken van een depotsteun doorgenomen. We hebben met de klas al eens eerder geoefend met het maken ervan, maar op dat moment was ik nog vrijwel ongehinderd door enige kennis van verpakkingsmaterialen, dus alle informatie ga ik vandaag gulzig tot me nemen.
Er zijn allerlei redenen om een object te ondersteunen. Een steun beschermt een object onder andere tegen vervorming door de zwaartekracht. Instabiele objecten staan steviger met een steun waardoor mechanische schade door omvallen wordt voorkomen. Een steun kan een object ook beter hanteerbaar maken, of er juist voor zorgen dat een kwetsbaar object niet gehanteerd hoeft te worden bij het bekijken ervan. Een steun of verpakking is onmisbaar tijdens transport, omdat het bescherming biedt tegen bijvoorbeeld schokken en trillingen en tegen klimaatschommelingen.

img_20161013_140419964_hdr

Martijn de Ruijter laat verschillende materialen zien

Een depotsteun bestaat niet zelden uit een aantal verschillende materialen. Het verpakkingsmateriaal moet allereerst compatibel zijn met het materiaal van het object. Het moet geen stoffen uitstoten die een schadelijke reactie aangaan met het object dat je wilt beschermen. Daarom wordt vaak gebruik gemaakt van inerte materialen: materialen die geen stoffen bevatten die een reactie met andere stoffen aangaan. Daarnaast moet het materiaal overeenkomen met de kwetsbaarheid van een object. Hardere schuimsoorten kunnen bij wrijving bijvoorbeeld krassen veroorzaken op een gepolychromeerd houten oppervlak. Sommige materialen zijn meer of minder geschikt om te buigen, te lijmen of te snijden. Ook daarmee houd je rekening bij het kiezen van een materiaal.
We krijgen vandaag een stoomcursus veel voorkomende verpakkingsmaterialen. Verschillende houtsoorten, textielsoorten, papier en kunststoffen komen voorbij. Maar ook bamboe satéprikkers, gumtape, gehalveerde kroonsteentjes, acrylaatlijm, visdraad en klittenband. Er zitten ook wat zwarte schaapjes tussen, zoals een stuk eikenhout en een tekening in een mapje van Melinex waarin zich in het ontstane microklimaat azijnzuur heeft gevormd. We worden aangespoord overal even aan te voelen en te ruiken.
Nieuw voor mij is Marvelseal® 360, een zilverkleurige folie die ook wordt gebruikt in de voedingsindustrie vanwege de eigenschap dat het geen geuren doorlaat. Volgens de CAMEO materials database van het Museum of Fine Arts in Boston is het opgebouwd uit aluminiumfolie met aan beide zijden een laagje nylon met daaroverheen een laagje polyethyleen. Het materiaal is naast ‘geurdicht’ ook waterdicht, sterk en flexibel. Als je de polyethyleenlaag verwarmt kun je de verpakking ergens omheen sealen. In dit filmpje zie je hoe een laag Marvelseal heel eenvoudig met een strijkijzer om een stuk hout wordt geseald om te voorkomen dat dampen uit het hout in aanraking komen met het object.

Een algemeen bekend materiaal is Museum Art Foam (MAF®). Dit is een term die door de firma Innosell gebruikt wordt om verschillende folies en schuimsoorten van voornamelijk polyethyleen aan te duiden die geschikt zijn voor het verpakken van museale objecten. Onder de MAF-producten bevindt zich MAF 020; een dunne schuimfolie met een glad oppervlak en gesloten celstructuur. Dit wordt aanbevolen als een materiaal dat geschikt is als eerste verpakkingslaag die bescherming geeft tegen krassen en stoten. Museum Tyvek MAF 16221 E valt ook onder de MAF producten en wordt omschreven als een sterk, waterafstotend en ventilerend materiaal. Speciaal voor muntencollecties is er MAF Muntenschuim waarin de vormen van munten al zijn uitgespaard.

Omdat niet alle objecten qua afmetingen zo uniform zijn als muntenverzamelingen, kun je ook verschillende soorten MAF® en Ethafoam® gebruiken om zelf een steun met passende uitsparingen te maken. Zoals ik heb ondervonden, kan het nog best lastig zijn om een nette, strakke vorm in schuim uit te snijden. Je kunt ook creatieve oplossingen bedenken. Als je een voorwerp met een bolle onderzijde wilt ondersteunen kun je in plaats van een concave (holle) vorm uit te snijden ook een ondersteuning maken door enkele wigvormige stukjes schuim op een plaatje te bevestigen, zoals op de afbeelding hieronder is te zien.
De lijst met geschikte materialen is lang. Ik heb de hele middag druk meegeschreven en ik weet nu al dat ik mijn lijst de komende tijd veelvuldig zal raadplegen. Ik hoop het ook snel in de praktijk te kunnen toepassen, want ik heb het gevoel dat dit een van mijn favoriete onderdelen gaat worden van het beroep van Collectiebeheerder.

img_20161013_154851500

Wigjes van schuim op een plaatje van foamboard ter ondersteuning van de bolle vorm

Grafstenen schrobben

Maandag 5 oktober was beeldenrestaurator Nicolas Verhulst op Kasteel Amerongen om een workshop te geven aan de behoudsmedewerkers en vrijwilligers. Marieke en ik mochten erbij zijn. Ik dacht dat het slechts een paar uurtjes zou duren, maar Nicolas blijkt genoeg stof te hebben voor de hele dag!

In vogelvlucht (hoewel best wel uitgebreid) neemt Nicolas ons mee in zijn verhaal over het ontstaan van verschillende gesteenten, de delving en de bewerking ervan. Ik heb nooit geweten dat zandsteen (ontstaan uit zandkorreltjes die onder gigantische druk zijn samengepakt), onder invloed van grote hitte uit het binnenste van de aarde, kan vervormen tot die andere steensoort met die mooie gekleurde aders: marmer.

Bewustwording en documentatie zijn belangrijk!

Bewustwording en documentatie zijn belangrijk!

Na deze interessante achtergrondinformatie nemen we kennis van de verschillende schadefactoren die op steen van toepassing zijn. Je kan hier, net als bij andere materialen, onderscheid maken tussen verschillende schadefactoren zoals mechanische (fysische), biologische, chemische en klimatologische schades.

Verweringsfactoren

Verweringsoorzaken

Als een beeld door een klap bijvoorbeeld een arm verliest, en deze moet worden gerestaureerd, schakel je het best de hulp in van een beeldenrestaurator. Maar als je beeld bedekt wordt door korstmossen of algen, kun je daar als behoudsmedewerker of vrijwilliger zelf iets aan doen. Om dit te ondervinden trokken we, gewapend met twee grote plantenspuiten, (tanden)borstels, en satéprikkers de tuin in.
Verscholen in een hoekje van de tuin ligt de (huis)dierenbegraafplaats van Kasteel Amerongen. Hier rusten Hector, Miki en andere geliefde huisdieren van de oorspronkelijke bewoners van het kasteel. De grafstenen zijn zo’n honderd jaar oud en de tijd en het weer hebben zijn sporen nagelaten. Eén steen is gewoonweg door midden gebroken, maar de anderen zijn vooral bedekt door dode (zwarte) en levende (groene) korstmossen. Het is de bedoeling dat we deze laatste te lijf gaan.
In de plantenspuiten zit een oplossing met een QUAT-biocide dat de korstmossen zal doden. Als we het op de stenen sprayen, kunnen we een deel van het vuil al wegschrobben met een harde borstel. De groene korstmosjes laten zich gemakkelijk verwijderen met een satéprikker, die ook handig blijkt te zijn voor het uitkrabben van de gebeitelde letters.

Het (voorlopige) resultaat

Het (voorlopige) resultaat

Deze grafstenen (en de meeste beelden) kunnen best een enigszins grove schoonmaakbeurt gebruiken. Maar bij de mooie achttiende-eeuwse zandstenen Diana bijvoorbeeld ga je iets voorzichtiger te werk. Als je een beeld schoonmaakt, begin je niet wild te poetsen op een willekeurig stukje. Het is belangrijk om eerst na te denken over welk resultaat je precies wilt bereiken. Soms wil je niet dat het er splinternieuw uit komt te zien. En het kan gebeuren dat sommige delen van het beeld makkelijker te reinigen zijn dan andere delen. Omdat je geen storende plekken wilt hebben in je eindresultaat moet je hier ook rekening mee houden.
Het is de bedoeling dat vrijwilligers met deze nieuw verworven vaardigheden aan de slag gaan met de beelden en grafzerken van Amerongen. Ik ben benieuwd wat over pakweg een jaar het effect hiervan zal zijn!

Door weersinvloeden is de linkerkant van het beeld geërodeerd, terwijl de rechterzijde behoorlijk gaaf is gebleven.

Door weersinvloeden is de linkerkant van het beeld geërodeerd, terwijl de rechterzijde behoorlijk gaaf is gebleven.

Bijzonder bezoek

Het leuke aan de opleiding Collectiebeheer is dat je nog eens ergens komt. Gisteren waren we in het depot van het Rijksmuseum. Een locatie die je gewoonlijk niet zo snel vanbinnen te zien krijgt.
Het depot bevindt zich op een industrieterrein in Lelystad en oogt vanaf de buitenkant meer als een gevangenis dan als een kunstwalhallla. Als we eenmaal alle beveiliging zijn gepasseerd (dubbele beveiligde toegangshekken met prikkel- en stroomdraad en identificatieplicht) blijkt de sfeer binnenin het gebouw een stuk vriendelijker.

We worden opgehaald door Dennis Kemper, die ons uitlegt hoe het depot op deze locatie is terechtgekomen: Toen het Rijksmuseum werd verbouwd werd er rond 2003 gezocht naar een geschikte ruimte om de museale objecten tijdelijk onder te brengen. In het gebouw van de Koninklijke Munt kwam een hal vrij van 50 bij 50 meter. De locatie was geschikt, onder andere omdat het dicht bij de snelweg lag en maar één ingang had – dus goed te beveiligen was.
De 8 meter hoge loods leende zich voor een opdeling in twee verdiepingen. Daarna werd er uitgebreid door een extra loods in gebruik te nemen. De tweede grote hal heeft geen verdieping en is bestemd voor de extra grote en moeilijk hanteerbare objecten. Dit is de ruimte die we het eerst zullen zien.
Onderweg wijst Dennis ons op de aanwezige fotostudio, de quarantaineruimte en een inpakruimte waar allerlei verpakkingsmaterialen op voorraad zijn. We staan even stil bij een mooie maquette van het museumgebouw in Amsterdam. In het museum zelf, in de torentjes en onder het fietspad, bevinden zich ook een aantal depotruimtes, vertelt Dennis. Onder andere het prentendepot en het depot voor bibliotheekboeken. In het museum is een studiezaal waar bezoekers deze objecten kunnen aanvragen en raadplegen. Dan is het wel zo handig als de objecten zich in de buurt bevinden.

Maquette Rijksmuseum Amsterdam

Maquette Rijksmuseum Amsterdam

Als we de grote hal (voor grote objecten) betreden zie ik veel grof materiaal. Stukken muur, bouwonderdelen, een oud hek. Maar ook beelden, en heel, héél grote kasten. Ik zie meteen wat wordt bedoeld met de moeilijker hanteerbare objecten.
Hier neemt Dennis de tijd om ons uit te leggen welke veiligheidsmaatregelen er getroffen worden als er brand uitbreekt. Aan het plafond van de loods hangen (droge) waterleidingen met sprinklers. Er zit geen water in de leidingen, dat gaat pas stromen als het systeem wordt geactiveerd. In de andere hal zullen we een gasblussysteem zien dat werkt op stikstof. Daarmee kan in korte tijd het zuurstofgehalte in de ruimte omlaag worden gebracht, zodat het vuur wordt gedoofd.

Voorzichtig!

Voorzichtig!

In deze andere hal, met de verdieping, staan de schilderijrekken, die je op tv weleens ziet. Ik loop een rondje en vergaap me aan alle spullen die er staan, zelfs een Vermeer! Zoveel moois bij elkaar, en zo geconcentreerd! Behalve schilderijen, staan hier ook meubels, beelden, een miniatuurhuis en nog veel meer. Studiegenoot Marieke herinnert me eraan dat we met andere ogen moeten kijken: die van Collectiebeheerder. Het is even schakelen, maar ik zie dat hier ook sprinklers hangen, en dat de stellingen met de meubels verrijdbaar zijn door aan een wiel te draaien.
Iemand merkt op dat het depot erg schoon is. Onze rondleider heeft overal een antwoord op: Ten eerste wordt de lucht in de ruimte afgezogen en wordt er schone lucht in geblazen waardoor er weinig stof in de lucht zit. Daarnaast worden de gangpaden eens in de paar maanden gezogen, als het nodig is, en eens in de 3 à 4 jaar is er een periodieke schoonmaak, waarbij ook de armaturen van lampen en de buizenstelsels onder handen worden genomen. Over de textiele bekleding van stoelen zit een hoes. Tegenwoordig worden ze gemaakt van Tyvek (een synthetisch materiaal dat lijkt op papier, maar niet scheurt, waterdicht is en waterdamp doorlaat) en losjes over het meubel geworpen, terwijl er vroeger een katoenen hoes precies op maat werd gemaakt. Die hoezen zaten echter te strak, waardoor je bij het verwijderen het kwetsbare textiel kan beschadigen.
Ondanks alle maatregelen is deze depotlocatie niet ideaal. Het lekt dan wel niet, maar door gaten en kieren hebben vliegen en ander ongedierte nog alle gelegenheid om binnen te komen. Daarom is er extra aandacht voor pest management. Het streven is om in 2018 een nieuwe depotruimte in gebruik te nemen. Welke locatie dat wordt, is nog lang niet duidelijk, maar er wordt in de voorbereidingen zelfs wel alvast rekening gehouden met de klimaatverandering van de aarde. D.w.z. het stijgen van de zeespiegel in Nederland!
In de middag werken we aan een opdracht. Samen met een studiegenoot bedenk ik hoe we een ijzeren harnas in zullen pakken voor een drie uur durend transport. Het plan moet zo helder zijn omschreven dat het voor andere direct duidelijk moet zijn wat de bedoeling is. Het was een geslaagde opdracht, waardoor we weer wat meer inzicht kregen in art handling van objecten.