Creatief met kroonsteentjes en klittenband

Als collectiebeheerder moet je vaak creatief zijn. Met tijd, geld en ruimte, maar ook met materialen. Dat ervaar ik maar weer eens tijdens de lesdag in het Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen) in Amsterdam. Onze docent voor deze dag is Martijn de Ruijter, werkzaam als collectiebeheerder bij het museum. Hij zal ons een blik gunnen in de wondere wereld van materialen en depotsteunen.

In de ochtend hebben we op school het examen voor het maken van een depotsteun doorgenomen. We hebben met de klas al eens eerder geoefend met het maken ervan, maar op dat moment was ik nog vrijwel ongehinderd door enige kennis van verpakkingsmaterialen, dus alle informatie ga ik vandaag gulzig tot me nemen.
Er zijn allerlei redenen om een object te ondersteunen. Een steun beschermt een object onder andere tegen vervorming door de zwaartekracht. Instabiele objecten staan steviger met een steun waardoor mechanische schade door omvallen wordt voorkomen. Een steun kan een object ook beter hanteerbaar maken, of er juist voor zorgen dat een kwetsbaar object niet gehanteerd hoeft te worden bij het bekijken ervan. Een steun of verpakking is onmisbaar tijdens transport, omdat het bescherming biedt tegen bijvoorbeeld schokken en trillingen en tegen klimaatschommelingen.

img_20161013_140419964_hdr

Martijn de Ruijter laat verschillende materialen zien

Een depotsteun bestaat niet zelden uit een aantal verschillende materialen. Het verpakkingsmateriaal moet allereerst compatibel zijn met het materiaal van het object. Het moet geen stoffen uitstoten die een schadelijke reactie aangaan met het object dat je wilt beschermen. Daarom wordt vaak gebruik gemaakt van inerte materialen: materialen die geen stoffen bevatten die een reactie met andere stoffen aangaan. Daarnaast moet het materiaal overeenkomen met de kwetsbaarheid van een object. Hardere schuimsoorten kunnen bij wrijving bijvoorbeeld krassen veroorzaken op een gepolychromeerd houten oppervlak. Sommige materialen zijn meer of minder geschikt om te buigen, te lijmen of te snijden. Ook daarmee houd je rekening bij het kiezen van een materiaal.
We krijgen vandaag een stoomcursus veel voorkomende verpakkingsmaterialen. Verschillende houtsoorten, textielsoorten, papier en kunststoffen komen voorbij. Maar ook bamboe satéprikkers, gumtape, gehalveerde kroonsteentjes, acrylaatlijm, visdraad en klittenband. Er zitten ook wat zwarte schaapjes tussen, zoals een stuk eikenhout en een tekening in een mapje van Melinex waarin zich in het ontstane microklimaat azijnzuur heeft gevormd. We worden aangespoord overal even aan te voelen en te ruiken.
Nieuw voor mij is Marvelseal® 360, een zilverkleurige folie die ook wordt gebruikt in de voedingsindustrie vanwege de eigenschap dat het geen geuren doorlaat. Volgens de CAMEO materials database van het Museum of Fine Arts in Boston is het opgebouwd uit aluminiumfolie met aan beide zijden een laagje nylon met daaroverheen een laagje polyethyleen. Het materiaal is naast ‘geurdicht’ ook waterdicht, sterk en flexibel. Als je de polyethyleenlaag verwarmt kun je de verpakking ergens omheen sealen. In dit filmpje zie je hoe een laag Marvelseal heel eenvoudig met een strijkijzer om een stuk hout wordt geseald om te voorkomen dat dampen uit het hout in aanraking komen met het object.

Een algemeen bekend materiaal is Museum Art Foam (MAF®). Dit is een term die door de firma Innosell gebruikt wordt om verschillende folies en schuimsoorten van voornamelijk polyethyleen aan te duiden die geschikt zijn voor het verpakken van museale objecten. Onder de MAF-producten bevindt zich MAF 020; een dunne schuimfolie met een glad oppervlak en gesloten celstructuur. Dit wordt aanbevolen als een materiaal dat geschikt is als eerste verpakkingslaag die bescherming geeft tegen krassen en stoten. Museum Tyvek MAF 16221 E valt ook onder de MAF producten en wordt omschreven als een sterk, waterafstotend en ventilerend materiaal. Speciaal voor muntencollecties is er MAF Muntenschuim waarin de vormen van munten al zijn uitgespaard.

Omdat niet alle objecten qua afmetingen zo uniform zijn als muntenverzamelingen, kun je ook verschillende soorten MAF® en Ethafoam® gebruiken om zelf een steun met passende uitsparingen te maken. Zoals ik heb ondervonden, kan het nog best lastig zijn om een nette, strakke vorm in schuim uit te snijden. Je kunt ook creatieve oplossingen bedenken. Als je een voorwerp met een bolle onderzijde wilt ondersteunen kun je in plaats van een concave (holle) vorm uit te snijden ook een ondersteuning maken door enkele wigvormige stukjes schuim op een plaatje te bevestigen, zoals op de afbeelding hieronder is te zien.
De lijst met geschikte materialen is lang. Ik heb de hele middag druk meegeschreven en ik weet nu al dat ik mijn lijst de komende tijd veelvuldig zal raadplegen. Ik hoop het ook snel in de praktijk te kunnen toepassen, want ik heb het gevoel dat dit een van mijn favoriete onderdelen gaat worden van het beroep van Collectiebeheerder.

img_20161013_154851500

Wigjes van schuim op een plaatje van foamboard ter ondersteuning van de bolle vorm

Advertenties

Inpakken en wegwezen!

Donderdag 24 september kregen we een eerste les over het transport en art handling van museale voorwerpen. Om een beeld te krijgen van hoe zo’n transport wordt aangepakt bekeken we twee filmpjes. Ze gingen over de verhuizing van de collectie van het Zoölogisch Museum naar Naturalis in Leiden. Dit was een grootschalige operatie die een half jaar duurde. Op de beelden zag je hoe het transportbedrijf potjes op ‘sterk water’ (alcohol) inpakte, en hoe de collectie opgezette dieren werd vervoerd.
We keken met het oog van een toekomstig collectiebeheerder naar de werkwijze en zagen dat er verschillende hulpmiddelen werden gebruikt, maar dat niet altijd alle veiligheidsvoorschriften werden nageleefd. Bij het uitpakken van de opgezette dieren werden bijvoorbeeld geen handschoenen gedragen, terwijl de formaldehyde waarmee de objecten zijn behandeld niet al te best is voor de gezondheid. Verder zag je dat de rolcontainers niet volgens de voorschriften waren ingesnoerd, en zag je hoe iemand zichzelf bij het tillen overschatte. Het ging maar net goed!
Deze operatie was zo omvangrijk, dat het misschien niet haalbaar is om alles exact volgens de regels te doen, maar als transporteur moet je hier natuurlijk wel naar streven.
Om de glazen potjes met de inhoud te beschermen werden ze in kratten gezet en werd er soepel ribbelkarton tussen de potjes gevlochten, zodat ze elkaar niet stuk stootten. Als je ze niet teveel ruimte geeft in het krat, bouwen ze bij eventuele verschuiving niet genoeg kracht op om hard op een ander potje te botsen.
Opgezette dieren en skeletten werden met spanbanden en plastic omwonden en eerst naar de vriescel gebracht om daar een weekje te vertoeven op ten minste -20 graden Celsius. De bedoeling is dat eventueel ongedierte dan is uitgeroeid samen met de poppen, larven en de eitjes.

Gezamenlijk stelden we een stappenplan op voor het inpakken van objecten. Belangrijke factoren zijn het materiaal, het gewicht en de afmetingen. Hoe zit het object in elkaar? Is er schade waar je rekening mee moet houden? Vraagt het object om bepaalde klimaateisen?

Met een zelfgekozen object, in mijn geval een wajangpop, werden we meteen in het diepe gegooid. De opdracht was om je object zo in te pakken dat het klaar was om vervoerd te worden naar het depot. De tijd was kort, dus ik ging snel aan de slag. Ik richtte me er vooral op dat de pop met zijn bungelende armen niet in de knoop zou raken, en dat de houten stokjes aan de armen niet konden breken. Op de foto zie je hoe ik de pop op een stuk ‘eiermat’ heb gelegd, en de beweeglijkheid heb beperkt met tie rips. We moesten ‘iets met karton’ doen, zodat onze handvaardigheid kon worden beoordeeld, dus ik besteedde ook enige aandacht aan een kartonnen doos. Het was leuk om te zien hoe iedereen op zijn eigen manier een creatieve oplossing had bedacht.

Inpakken van de wajangpop

Inpakken van de wajangpop

Als ultieme proef moest iemand anders jouw voorwerp uitpakken. Mij wajangpop bleek lastig los te krijgen, vanwege de tie rips. Hiervoor had ik beter iets anders kunnen gebruiken. Nog beter was geweest als ik de pop staande had vervoerd, door de houten pen en de stokjes aan de armen in foam te prikken. Dat is een goede tip voor een volgende keer!
Gelukkig was dit nog maar een proef, en verpakken zal nog vaker terugkomen in de opleiding. En één van de examens waar we naartoe werken is het maken van een depotsteun voor een specifiek object.

Kilometers geschiedenis

Donderdag 17 september kregen we een kijkje achter de schermen bij het Stadsarchief Amsterdam en de Bijzondere Collecties van de UvA. Verschillende medewerkers leidden ons door de quarantaineruimten, de depots, de studiezalen en restauratieateliers.

Nieuw materiaal wordt bij binnenkomst eerst in quarantaine geplaatst. Daar wordt het gecontroleerd op schimmels en ongedierte (met name papiervisjes). Voor zover het kan, wordt het materiaal hier schoongemaakt, voordat het een plaats krijgt in het depot.
Omdat er zuinig moet worden omgegaan met de ruimte, worden de documenten op formaat gerangschikt, in plaats van op onderwerp. Alsnog beslaan de rijen van het Stadsarchief zo’n 50 kilometer lengte aan planken, en de Bijzondere Collecties van de UvA zelfs 150.

rolkasten

Leuk om te zien was dat er veel variatie is in het type dozen. Bij het Stadsarchief gebruiken ze verschillende formaten liggende dozen voor prenten, maar ook verschillende dozen voor opgerolde kaarten. Bij de Bijzondere Collecties worden kwetsbare boeken voorzien van een eigen cassette op maat, zodat het boek in zijn eigen verpakking kan uitzetten of krimpen en daarbij geen druk uitoefent op boeken ernaast.

casette

Om zo goed mogelijk te worden geconserveerd vragen verschillende informatiedragers om verschillende bewaarcondities. Dit hebben we aan den lijve ondervonden in het depot voor filmmateriaal en fotonegatieven. De ideale temperatuur voor het meeste papier 18 graden Celsius bij een RH waarde van 50%, terwijl de temperatuur in het ‘fotodepot’ niet hoger was dan 5 graden. Best koud, zo zonder jas!

In de restauratieateliers worden boeken gerepareerd waar nodig. Reparaties worden vooral uitgevoerd wanneer een beschadiging kan verergeren. Bijvoorbeeld als er een scheur zit in een prent of bouwtekening, of als de rug van een boek loszit. Bij de Bijzondere Collecties werken de restauratiemedewerkers ook aan tentoonstellingen. Zo maken ze voor elk boek een afzonderlijke standaard die voorkomen dat een boek dat strak in zijn band zit te ver open komt te liggen.

boekstandaard

Voor studenten, onderzoekers en particulieren bestaat de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen om objecten te mogen inzien. De meeste objecten zijn opvraagbaar en mogen in de studiezaal worden bestudeerd, maar er zijn ook materialen die je alleen te zien krijgt als je een heel goede reden hebt. Anders moet je het doen met het digitale exemplaar.

In de archieven speelt digitalisering een grote rol. De vraag die in me opkwam is: wat bewaar je wel en wat niet? Kun je iets na digitalisering zomaar weggooien? Misschien vinden wij documenten uit de jaren ’80 van de vorige eeuw niet zo bijzonder, maar hoe kijken we daar over pakweg vijftig jaar tegenaan? Als je de originele drager weggooit, heb je nog wel het beeld of de tekst, maar kun je nooit meer het fysieke object onderzoeken.

Na afloop bracht onze groep een bezoek aan het Allard Piersonmuseum. De opdracht was om te letten op de manier waarop voorwerpen worden tentoongesteld. Geen onderdeel van de tentoonstelling, maar wel erg interessant, was de demonstratie van een aantal vrijwilligers die zeefsel uit een beerput uit de 18e eeuw uitplozen. Ze lieten ons enthousiast hun selectie zien met o.a. vissenkieuwen, olijven-, druiven-, pruimenpitten, peperkorrels, notenschillen, botresten en zelfs urinekristrallen! Peperkorrels en olijvenpitten komen van ver (dus kostbaar) en duiden erop dat de beerput hoorde bij een welgestelde familie.

urinekristallen

De goederenlift brengt je overal

Ik had niet gedacht dat ik voor de opleiding een filmpje zou maken over een goederenlift. Toch heb ik dat gedaan. Om te ervaren dat het soms handig kan zijn om een object, project of wat dan ook in beeld te brengen middels bewegende beelden, kregen we de opdracht om een videofilmpje te maken.

Vooraf bekeken we een paar filmpjes om te kijken wat de boodschap was en op welke manier (met welke trucjes en technieken) deze over werd gebracht. Daarna werden we in tweetallen op pad gestuurd om zelf te gaan experimenteren. De enige houvast die we kregen was het zinnetje: ‘De goederenlift brengt je overal.’ En een camera.
Na een korte brainstormsessie en een oefeningetje met de knopjes van de camera, zijn we maar meteen begonnen met filmen. Ondersteund door verschillende beltonen van mijn mobiel, probeerden we uit te beelden dat we met de goederenlift een avontuurlijke rit maakten vanuit de krochten van de hel, naar hemelse hoogten. Dit maakt vast nieuwsgierig naar het resultaat. Helaas was de kwaliteit door de korte tijd en de beperkte middelen niet zodanig dat het geschikt is om hier te tonen.
Maar de les was duidelijk: met een camera en een beetje creativiteit moet het lukken om een helder verslag uit te brengen in de vorm van een filmpje.
Of en wanneer ik de komende tijd gebruik ga maken van dit medium, weet ik niet. Maar ik houd het in mijn achterhoofd.

In de ochtend kregen we de opdracht om de betekenis van een aantal begrippen uit te pluizen en hier een korte presentatie over te geven. Het geven van presentaties is iets wat we veelvuldig zullen gaan doen.

Op deze dag kregen we ook een overzicht van het programma van het eerste leerjaar. Ik kan me nu al verheugen op de workshops fineren, gipsen en papier maken. Ook kijk ik erg uit naar de bezoeken aan andere locaties zoals het depot van het Rijksmuseum, het Schoenmuseum en het Fotografiemuseum. Het lijkt me erg nuttig om les te krijgen op locatie en de omgeving, de objecten en materialen echt te kunnen waarnemen.

the_end

Veelbelovende start

Op donderdag 3 september was de eerste bijeenkomst van de nieuwe groep Collectiebeheerders in spé. Na een korte kennismaking werden we overladen met een grote hoeveelheid aan informatie; een introductie van de elektronische leeromgeving en andere virtuele hulpmiddelen, een praatje in het studiecentrum, een kijkje in vogelvlucht op de website van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, en een aantal voorbeeldblogs van tweedejaars studenten. Dit laatste is een verplicht (maar leuk!) onderdeel van de opleiding. Daar komt uiteraard ook deze weblog uit voort.

Het leukste van de eerste dag was toch wel de uiteenzetting van alle onderdelen die de komende 3 jaar aan bod gaan komen. En niet te vergeten de kennismaking met groepsgenoten. Ze komen uit alle hoeken van het land en alle leeftijdscategorieën zijn vertegenwoordigd. Ik heb de indruk dat we ook veel van elkaar kunnen leren, en dat het een leuke samenwerking gaat worden!

Vanaf volgende week dinsdag loop ik 2 dagen per week stage in Kasteel Amerongen, mijn leerwerkplek voor de komende tijd. Behalve een regelmatige update over de opleiding, zal ik ook af en toe ook iets schrijven over de stage en mijn vrijwilligerswerk bij Kasteel de Haar.

HMC