Storing textiles and costumes

Lately, I was collecting information about the conservation of textiles, specifically costumes, in museum collections for an assignment as part of the Collection management course. During my search I came across a lot of interesting websites and articles.

One source I found particularly interesting was the Conservation Podcasts Series by the MNHS (Minnesota Historical Society. Textile conservator Ann Frisina, who works with the MNHS, is demonstrating how to make padded hangers, how to store textiles (both costumes and flat textiles) in acid free boxes and how to roll textiles on a tube. In other podcasts she is also explaining what materials can be used for storing textiles, and how to store quilts and coverlets.
As Ann Frisina explains, boxes can be very useful when storing textiles. They can be stacked high on shelves, they block out dirt and light, act as a barrier against insect infestation and can contain multiple (flat)objects. Moreover, they provide the only way of storing costume items that are too fragile to be hung.
In her demonstration, the conservator uses muslin (cotton) on the bottom of the box. She does that in order to be able to take objects out of the box by only lifting the cotton fabric, withhout the need to touch the (possibly fragile) objects individually. I suppose Tyvek can alo be used for this purpose.
Further on she demonstrates how to fold and pad flat textiles. Underneath each object, she places a piece of acid free tissue paper as a ‘handling sling’, to avoid the necessity of handling the objects directly.
Although the conservator here is giving some good advise and points out the most important aspects to consider when handling and storing textiles, I would think of using a different padding material than she does. She’s using tissue paper as a padding. Which is acid free and smooth when folded with care. However, a chunck of tissue paper can have sharp edged which can damage fragile textiles. Also, the chunks of tissue paper lose their volume and become more flat over time. For that reason I’d rather use a material like Fiberfill (covered with Tyvek for smoothness) that keeps its shape better, to pad textiles. Besides this, the most of the advise Ann Frisina is giving, has been very helpful!

Below you can compare the podcasts for yourself.

Advertenties

Museumvakdagen 2018

Op 18 en 19 april vond de derde editie van de Museumvakdagen plaats. Bedrijven gespecialiseerd in allerlei activiteiten, producten en diensten binnen de museumwereld presenteerden zich, en er werden inlooplezingen gegeven over uiteenlopende onderwerpen.

In het Evoluon

Als collectiebeheerder is het vooral interessant om te zien wat de ontwikkelingen zijn op het gebied van materialen voor beheer en behoud, transport en tentoonstellingen. Zo was het interessant om bijvoorbeeld de 3D Tikkel van PreservAbles -preservation products te zien. De 3D tikkel is een systeem, bestaande uit losse onderdelen die in en op elkaar geplaatst kunnen worden en samen een box vormen met eventueel afzonderlijke compartimenten. De box kan gebruikt worden als transportverpakking, maar leent zich ook als  depotverpakking.
De 3d Tikkel is gemaakt van Piocelan, een versie van geëxpandeerd polystyreen (Engels: expanded polystyrene, EPS) met een hogere dichtheid, en is daarmee sterk en duurzaam en stoot geen schadelijke stoffen uit. Ook handig: als je tussenschotjes met een mes op maat snijdt, verkruimelen ze niet (zoals piepschuim wel doet).

Een 3D Tikkel van bovenaf gezien

Een andere innovatieve manier van verpakken is Push en Store, een oplossing van Smart Storage Solutions. Het bestaat uit een plaat van Plastazote-schuim waarin een ruitvormig raster is ingesneden. Deze plaat kan in een doos of krat worden gelegd en de individuele ruitjes kunnen eenvoudig worden uitgedrukt, zodat de schuimplaat de omtrek van het object volgt. De ruitjes, die uit verschillende lagen bestaan, kunnen ook nog uit elkaar getrokken worden (wel hard trekken!) en dan kunnen die gebruikt worden om het object verder te stabiliseren zodat het niet beweegt in de krat. Een versie van zachter schuim is in ontwikkeling.

Door kleine vakjes uit het voorgesneden schuim te drukken, past een object er precies in

Een ontwikkeling die nog in de kinderschoenen staat, maar wel erg interessant is voor tentoonstellingsmakers (en wie weet, in de toekomst ook voor in het depot) is de Robocase van Bruns en Kiss the Frog. Dit is een interactieve vitrine waarbij de robotarm zelfstandig een (bijvoorbeeld door bezoekers geselecteerd) object van de plank pakt en naar de gewenste plek verplaatst. Erg innovatief! Ik ben benieuwd waar we dit in de toekomst gaan tegenkomen.

Oefenen, oefenen, oefenen…

 

Op maandag 19 juni organiseerde de Museumvereniging samen met de RCE en de Reinwardt Academie de workshopdag ‘CHV en BHV voor elkaar’. Het was vooral een doe-dag. Deelnemers gingen tijdens workshops zelf aan de slag met het onderwerp CHV (en een klein beetje BHV) waarin vooral het belang van oefenen werd uitgelicht.

Als het goed is hebben alle musea een BHV-plan, dit is immers verplicht. Een CHV-plan daarentegen is niet verplicht, en ontbreekt daardoor bij veel musea. Soms hebben musea wel een (uitgebreid) plan, maar wordt er nooit mee geoefend. De rode draad van deze dag was het belang van oefenen.
Oefenen is belangrijk. Daarmee kun je het CHV-plan aan de praktijk toetsen; loopt het in de realiteit wel zoals je het op papier bedacht had? Of moet er iets worden aangepast? Een andere belangrijke reden van oefenen is dat medewerkers weten hoe ze moeten handelen wanneer zich een incident of calamiteit voordoet. Hoe meer er geoefend wordt, hoe beter mensen in staat zijn om adequaat te reageren.
Tijdens deze dag volgden de deelnemers een drietal workshops. De eerste die ik volgde was een table-top oefening van Bij een table-top oefening word een plattegrond op tafel gelegd en worden poppetjes of kaartjes ingezet die personen of gebeurtenissen representeren. In dit geval werden er kaartjes gebruikt die bezoekers voorstelden, en kaartjes waarop een calamiteit stond afgebeeld (brand, etc.). De kaartjes werden volgens een bepaald scenario op de plattegrond gelegd, waarna de deelnemers hiermee konden schuiven. Een table-top oefening werkt goed om een scenario te kunnen visualiseren en na te spelen, zonder dat je daadwerkelijk een grootschalige oefening op locatie hoeft te organiseren.

table-top

Table-top oefening museum

Bij de tweede workshop werden deelnemers uitgedaagd om zelf aan de hand van een vragenlijstje (in de trant van wie-wat-waar) een scenario te bedenken. Hiervoor kregen we slechts 5 minuten de tijd. Dat lijkt kort, maar toch kom je zo snel op heel originele ideeën. Deze scenario’s kun je vervolgens bij een oefening gebruiken.
De laatste workshop, gegeven door Margriet Oomens van de Reinwardt Academie, was geconcentreerd rondom een stel (kapotte) plastic bekertjes op de grond, met daar bovenop een teddybeer. Dit scenario was gebaseerd op een voorval uit 2010 in museum Boijmans van Beuningen, waarbij een bezoeker onwel werd en middenin een kunstwerk viel. De deelnemers kregen de rollen toegewezen van BHV’er, CHV ‘er, CHV-coördinator en BHV-coördinator. Gelukkig weten we allemaal dat in het geval van een incident of calamiteit, de veiligheid van mensen voorop staat. Door dit daadwerkelijk na te spelen, werd duidelijk waar CHV en BHV elkaar ‘bijten’ wat de veiligheid van de collectie betreft. Als de bezoeker zich gaat bewegen, kan er meer schade ontstaan aan het kunstwerk. Maar kun je het wel maken om te vragen of meneer/mevrouw nog even zou willen blijven liggen?

vazen

Bezoeker wordt onwel en valt in een kunstwerk

Deze workshops waren goede voorbeelden van hoe je kort en snel een CHV-oefening kan doen en hoe je aan originele scenario’s komt. Oefenen kan zelfs met een kop koffie in de pauze, bij wijze van spreken. Daarnaast is het natuurlijk goed om ook eens, of vaker, een grote oefening te doen, waarin je het CHV-plan toetst aan de praktijk. Dit vereist wat meer tijd en organisatie, maar het kan wel erg veel opleveren.

Handige informatie bij het opstellen van een CHV-plan is onder andere te vinden op veilig-erfgoed.nl.

Lees verder

Creatief met kroonsteentjes en klittenband

Als collectiebeheerder moet je vaak creatief zijn. Met tijd, geld en ruimte, maar ook met materialen. Dat ervaar ik maar weer eens tijdens de lesdag in het Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen) in Amsterdam. Onze docent voor deze dag is Martijn de Ruijter, werkzaam als collectiebeheerder bij het museum. Hij zal ons een blik gunnen in de wondere wereld van materialen en depotsteunen.

In de ochtend hebben we op school het examen voor het maken van een depotsteun doorgenomen. We hebben met de klas al eens eerder geoefend met het maken ervan, maar op dat moment was ik nog vrijwel ongehinderd door enige kennis van verpakkingsmaterialen, dus alle informatie ga ik vandaag gulzig tot me nemen.
Er zijn allerlei redenen om een object te ondersteunen. Een steun beschermt een object onder andere tegen vervorming door de zwaartekracht. Instabiele objecten staan steviger met een steun waardoor mechanische schade door omvallen wordt voorkomen. Een steun kan een object ook beter hanteerbaar maken, of er juist voor zorgen dat een kwetsbaar object niet gehanteerd hoeft te worden bij het bekijken ervan. Een steun of verpakking is onmisbaar tijdens transport, omdat het bescherming biedt tegen bijvoorbeeld schokken en trillingen en tegen klimaatschommelingen.

img_20161013_140419964_hdr

Martijn de Ruijter laat verschillende materialen zien

Een depotsteun bestaat niet zelden uit een aantal verschillende materialen. Het verpakkingsmateriaal moet allereerst compatibel zijn met het materiaal van het object. Het moet geen stoffen uitstoten die een schadelijke reactie aangaan met het object dat je wilt beschermen. Daarom wordt vaak gebruik gemaakt van inerte materialen: materialen die geen stoffen bevatten die een reactie met andere stoffen aangaan. Daarnaast moet het materiaal overeenkomen met de kwetsbaarheid van een object. Hardere schuimsoorten kunnen bij wrijving bijvoorbeeld krassen veroorzaken op een gepolychromeerd houten oppervlak. Sommige materialen zijn meer of minder geschikt om te buigen, te lijmen of te snijden. Ook daarmee houd je rekening bij het kiezen van een materiaal.
We krijgen vandaag een stoomcursus veel voorkomende verpakkingsmaterialen. Verschillende houtsoorten, textielsoorten, papier en kunststoffen komen voorbij. Maar ook bamboe satéprikkers, gumtape, gehalveerde kroonsteentjes, acrylaatlijm, visdraad en klittenband. Er zitten ook wat zwarte schaapjes tussen, zoals een stuk eikenhout en een tekening in een mapje van Melinex waarin zich in het ontstane microklimaat azijnzuur heeft gevormd. We worden aangespoord overal even aan te voelen en te ruiken.
Nieuw voor mij is Marvelseal® 360, een zilverkleurige folie die ook wordt gebruikt in de voedingsindustrie vanwege de eigenschap dat het geen geuren doorlaat. Volgens de CAMEO materials database van het Museum of Fine Arts in Boston is het opgebouwd uit aluminiumfolie met aan beide zijden een laagje nylon met daaroverheen een laagje polyethyleen. Het materiaal is naast ‘geurdicht’ ook waterdicht, sterk en flexibel. Als je de polyethyleenlaag verwarmt kun je de verpakking ergens omheen sealen. In dit filmpje zie je hoe een laag Marvelseal heel eenvoudig met een strijkijzer om een stuk hout wordt geseald om te voorkomen dat dampen uit het hout in aanraking komen met het object.

Een algemeen bekend materiaal is Museum Art Foam (MAF®). Dit is een term die door de firma Innosell gebruikt wordt om verschillende folies en schuimsoorten van voornamelijk polyethyleen aan te duiden die geschikt zijn voor het verpakken van museale objecten. Onder de MAF-producten bevindt zich MAF 020; een dunne schuimfolie met een glad oppervlak en gesloten celstructuur. Dit wordt aanbevolen als een materiaal dat geschikt is als eerste verpakkingslaag die bescherming geeft tegen krassen en stoten. Museum Tyvek MAF 16221 E valt ook onder de MAF producten en wordt omschreven als een sterk, waterafstotend en ventilerend materiaal. Speciaal voor muntencollecties is er MAF Muntenschuim waarin de vormen van munten al zijn uitgespaard.

Omdat niet alle objecten qua afmetingen zo uniform zijn als muntenverzamelingen, kun je ook verschillende soorten MAF® en Ethafoam® gebruiken om zelf een steun met passende uitsparingen te maken. Zoals ik heb ondervonden, kan het nog best lastig zijn om een nette, strakke vorm in schuim uit te snijden. Je kunt ook creatieve oplossingen bedenken. Als je een voorwerp met een bolle onderzijde wilt ondersteunen kun je in plaats van een concave (holle) vorm uit te snijden ook een ondersteuning maken door enkele wigvormige stukjes schuim op een plaatje te bevestigen, zoals op de afbeelding hieronder is te zien.
De lijst met geschikte materialen is lang. Ik heb de hele middag druk meegeschreven en ik weet nu al dat ik mijn lijst de komende tijd veelvuldig zal raadplegen. Ik hoop het ook snel in de praktijk te kunnen toepassen, want ik heb het gevoel dat dit een van mijn favoriete onderdelen gaat worden van het beroep van Collectiebeheerder.

img_20161013_154851500

Wigjes van schuim op een plaatje van foamboard ter ondersteuning van de bolle vorm

Housekeeping met vrijwilligers

Wim Hoeben, hoofd beheer en behoud van het Rijksmuseum, leidde de Volkskrant rond door het depot in Lelystad: http://www.volkskrant.nl/depot

Hoeben verwoordt treffend wat hem aantrekt in het werk van een behoudsmedewerker: “Wat het werken in een depot leuk maakt, is dat je aan de spullen mag zitten. En voor mij ook het besef dat je een tijdlang verantwoordelijkheid draagt voor iets wat je vervolgens doorgeeft aan een volgende generatie.”
Zo voelt het voor mij ook vaak als ik fysiek met de objecten bezig ben. Bijvoorbeeld bij een conditiecontrole of bij het verzorgen van een deelcollectie. Maar ook bij het stoffen tijdens een housekeeping-ronde.
Bij kasteel Amerongen wordt housekeeping gedaan door vaste medewerkers en stagiairs, maar bij kasteel de Haar wordt gewerkt met de collectiebeheervrijwilligers. Reguliere schoonmakers zorgen ervoor (wel volgens instructies) dat de route van de rondleiding er presentabel uitziet. Eén keer per maand gaat de groep vrijwilligers onder leiding van de collectiebeheerder aan de slag in een aantal ruimtes die op dat moment aan de beurt zijn om grondig schoongemaakt te worden.
Vorige maand gingen we onder andere aan de slag in de zogenaamde ‘Cuypers-kamer’. Een knusse, prettige L-vormige kamer, met gewelfd plafond en meubels met veel typische Cuypers-ornamenten.
De kamer had een behandeling tegen motten ondergaan en de mottenuitwerpselen moesten worden verwijderd. Verder moest alles worden onstoft en nagekeken. De kamer werd ingedeeld in hoeken waar steeds een tweetal vrijwilligers aan het werk ging. In het midden stond een werktafel waar twee mensen zich ontfermden over de schilderijen en andere draagbare objecten. Bij het terughangen werden meteen de ophangsystemen van de schilderijen gecontroleerd.
Als je zo dicht op de spullen zit en het stof van iedere zitting en ieder ornament verwijdert, zie je ontzettend veel details. Het voelen van het materiaal, zij het met handschoenen, blijft toch wel speciaal omdat je je er steeds van bewust bent iets bijzonders in handen te hebben.
Het was zeker weer leuk om aan de spullen te zitten! Als we goed voor de objecten blijven zorgen, kan het stokje op zijn tijd worden doorgegeven aan de volgende generatie die verantwoordelijkheid zal dragen voor de conservering van de objecten.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Persbezoek

Ook de Telegraaf was ter ore gekomen dat Kasteel Amerongen in de wintermaanden iets bijzonders doet. Een journalist en een fotograaf (Marigold Menno Bausch Fotografie) kwamen langs om een verhaal op te tekenen en foto’s te nemen. Drie keer raden wie er werd opgetrommeld om te figureren? Inderdaad.

Klik hier voor de leesbare ‘papieren’ versie.

12493922_1224867480860922_41433406550580565_o

 

Op werkbezoek

Vrijdag de 15e was ik uitgenodigd om samen met de collectiebeheerder van Kasteel de Haar mee te gaan naar Kasteel Duivenvoorde in Voorschoten. Daar zou oud-collectiebeheerder van de Haar en huidig collectiebeheerder van Duivenvoorde, Arrianne Zeijlemaker, ons een kijkje geven in de housekeeping-praktijken op het kasteel. Behalve dat het leuk was om Arrianne weer eens te zien, was ik ook benieuwd naar haar ervaringen met housekeeping op Duivenvoorde.

IMG_20160115_144229765_HDR

Kasteel Duivenvoorde, Voorschoten

Naast dat een collectiebeheerder zorgdraagt voor het verminderen van risico’s als brand, water- en lichtschade, het depotbeheer etc., is de collectiebeheerder ook verantwoordelijk voor het schoonmaken van de collectie, die in het geval van landhuizen en kastelen bestaat uit het interieur van het huis.
De collectie is als een open vitrine waar dagelijks groepen mensen (rondleidingen) doorheen trekken, dus stof is alom aanwezig. Houten trapleuningen worden met de handen vastgegrepen, en als de gids even niet kijkt, worden de koperen pannen aangeraakt. De handen van mensen laten zuren en vetten achter die een aanslag vormen op objecten. Door de vele kieren van een huis komen schadelijke en onschadelijke insecten binnen. Pissebedden zijn bijvoorbeeld niet direct schadelijk voor de collectie, maar vormen als ze doodgaan weer voeding voor andere insecten.
Het schoonhouden van de collectie is daarom erg belangrijk en dit is waar housekeeping bij komt kijken. Housekeeping, of eigenlijk good housekeeping is een onderdeel van collectiebeheer in historische interieurs. Het omvat een deel schoonmaakwerk, maar het is niet zomaar ‘het doen van het huishouden’. Alles moet namelijk op een verantwoorde manier gebeuren. Zo dragen de housekeepers voor het hanteren van de meeste objecten speciale handschoenen van nitril, en werken ze met specifieke gereedschappen en schoonmaakmiddelen die geen schadelijke residuen achterlaten. Ook zijn housekeepers op de hoogte van de juiste objecthantering en hebben ze een signaleringsfunctie (bijvoorbeeld voor opvallende veranderingen zoals schades, vochtplekken of boormeel op een meubelstuk).

IMG_20160115_124843578

In de servieskast staan de objecten stuk voor stuk op een stukje op maat geknipt foam

Op Duivenvoorde wordt de housekeeping uitgevoerd door een team goed ingewerkte vrijwilligers, onder begeleiding van de collectiebeheerder. Zij werken aan de hand van een jaarplanning en een lijst met werkzaamheden per ruimte, die kunnen worden afgetekend als de werkzaamheden klaar zijn.
Voor het maken van een planning en takenlijst, is het belangrijk om eerst in kaart te brengen wat door schoonmakers gedaan kan worden, wat je de vrijwilligers kan laten uitvoeren, en waar de bevoegdheden van vrijwilligers ophouden. Verder is van belang om te weten wat dagelijkse taken zijn, en welke taken zich periodiek herhalen. Je moet ook bedenken hoe vaak je iets schoonmaakt, en waarom je het doet. Wat doe je voor het zicht (in het oog springende objecten naast de looproute) en wat is noodzakelijk voor het behoud van de collectie?
Deze en meer tips neem ik dankbaar mee naar huis! Voorlopig kan ik hier nog wel even op broeden, want het komt ongetwijfeld de komende tijd nog van pas.

IMG_20160115_124009747

Arrianne Zeijlemaker toont haar afstudeerproject van de Reinwardtacademie: de reorganisatie van de zolderopslag

Lees verder

Putting the house to bed

De afgelopen weken was het stil op mijn blog, maar ik heb zeker niet stilgezeten. Op kasteel Amerongen was iedereen druk in de weer met de voorbereidingen voor de kerstroute, die daarna gevolgd werd door de winterop(en)stelling.

Veel landhuizen en kastelen werden vroeger alleen in de zomer bewoond. In de winter trokken families naar een comfortabelere (beter te verwarmen) verblijven elders. Het zomerhuis werd dan klaargemaakt voor de winter. Er werd schoongemaakt, en de meubels en andere voorwerpen werden afgedekt met lakens om de spullen te beschermen tegen de laag stof die zich in de wintermaanden ophoopte.
In Groot Brittannië wordt deze traditie voortgezet; in de winter zijn veel landhuizen en kastelen gesloten voor publiek. De National Trust, de Britse instelling voor het behoud van historische en natuurlijke monumenten, begint rond oktober met ‘putting the house to bed’.

In een filmpje van de National Trust zie je wat er in de wintermaanden allemaal gedaan wordt in het Beatrix Potter’s Hilltop House:

Tegenwoordig is het niet alleen uit traditie dat het huis winterklaar wordt gemaakt. Het sluiten van het huis heeft een aantal belangrijke voordelen voor het beheer en behoud van de collectie. De National Trust noemt er een aantal op haar website: tijdens de wintersluiting hoeft voor het klimaat geen rekening gehouden te worden met het comfort voor bezoekers, zodat de koude winterse temperaturen gebruikt kunnen worden om het klimaat (temperatuur in combinatie met luchtvochtigheid) in balans te houden om de kans op schimmels en ongedierte te verkleinen. Daarnaast hebben de behoudsmedewerkers in de winter de tijd en de ruimte om objecten en ruimtes aan een grondige schoonmaak en inspectie te onderwerpen. Er kan worden gecontroleerd op schade van insecten en de algehele toestand van objecten kan worden nagelopen. Ook kan er worden gekeken naar tekenen van achteruitgang van de toestand van de ruimte, en er kunnen acties gepland worden om verder verval tegen te gaan. Bovendien zorgt sluiten van een huis voor minder lichtschade omdat de lampen uit gaan en de luiken een tijd gesloten blijven.

Ook in kasteel Amerongen wordt de collectie schoongemaakt en afgedekt voor de winterperiode. Het verschil met de meeste Britse huizen is dat het huis gewoon blijft geopend voor publiek, hoewel voor minder dagen per week, zodat de behoudsmedewerkers op andere dagen hun winterwerkzaamheden kunnen uitvoeren.
Kasteel Amerongen wordt niet verwarmd voor bezoekers, waardoor er geen extra maatregelen voor het klimaat getroffen hoeven te worden, en er wordt een streng lichtplan gehandhaafd. Als alle objecten zijn afgedekt, is er ook tijd om de deelcollecties zoals keramiek en porselein en het koper te verzorgen.

Tijdens de periode van winterslaap is er een speciale rondleiding. Een aantal rondleiders twijfelt over deze route langs de afgedekte objecten: ‘Met al die lakens is er niets te zien!’ Maar de rondleiding voert ook langs ruimten die anders gesloten blijven voor publiek, zoals een depotruimte, de zolderverdieping en de diensttrappen. Onderweg wordt er verteld over het beheer en behoud achter de schermen, en over hoe men vroeger omging met de voorbereidingen voor de winter. Een uitgelezen kans, lijkt mij, om het publiek te laten zien wat er achter de schermen allemaal bij het behouden van een historisch interieur komt kijken!

In groten getale

De galerij van kasteel Amerongen leent zich erg goed voor bijzondere, sfeervolle evenementen, zoals orgel- of pianoconcerten. Maar het is vandaag, 11 november, ook de ideale locatie voor de boekpresentatie van Wilhelm II in Nederland, 1918-1941, de heruitgave van de dagboekaantekeningen van Sigurd von Ilsemann.

IMG_20151118_113640370

Deze middag help ik met het inpakken van presentexemplaren en de boekverkoop. Ondertussen kijk ik mee hoe zo’n evenement in zijn werk gaat en let ik vooral op de stroom van bezoekers en de eventuele schaderisico’s voor het interieur.
140 bezoekers worden er verwacht. Bij de ingang staan gastvrouwen en gastheren klaar om de gasten de weg te wijzen. Er wordt verzocht grote tassen in kluisjes te plaatsen. Zelfs bij een beschaafd gezelschap als vanavond, moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen tegen diefstal en vandalisme. Vanwege de koele temperatuur in het grotendeels onverwarmde kasteel, mogen de gasten hun jassen bij zich houden.
Op de begane grond staat de koffie en thee al klaar. Op de galerij zijn een katheder en een projectiescherm geplaatst, de rest van de ruimte wordt in beslag genomen door rijen stoelen voor de genodigden.

_DSC1463_bewerkt-1

Foto: Toos van Eck

De verlichting op de galerij is sfeervol, maar schaars. De luiken zijn geslsoten, dus de schilderijen en andere objecten vangen niet meer licht dan anders. Wat wel omhoog zal schieten, is de luchtvochtigheid. Bij eerdere evenementen was dat duidelijk te zien aan de meetresultaten van de klimaatmeters. Het is een korte piek van een uur of drie waarbij de luchtvochtigheid stijgt. Dit ebt ook redelijk snel weer weg.
Op het projectiescherm wordt een stomme film afgespeeld. De film wordt, erg leuk en origineel, begeleid door een pianiste op de Erard-vleugel uit 1870. Deze is in 2007 gerestaureerd en verkeert in goede staat. Daardoor is het mogelijk om hem af en toe, bij dit soort evenementen te laten bespelen.
Na afloop is er een borrel in het souterrain. Het is het meest voor de hand liggend om hapjes en drankjes op die etage te serveren. Hier is een stenen vloer en de keuken is nabij, wat handig is met het oog op knoeien en schoonmaken.
Een paar bezoekers lopen met hun wijnglazen de trap op. Ze willen nog even naar de galerij om een foto te maken. Een gastvrouw, die alles goed in de gaten houdt, fluit ze terug. De drankjes mogen niet mee naar boven.

Der Kaiser!

Maandag 26 november voert kunsttransportbedrijf Van Kralingen een omvangrijke operatie uit op kasteel Amerongen. Hoewel ik thuis middenin een verhuizing zit, en het eigenlijk herfstvakantie is, kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ga ik toch even kijken.

Een aantal objecten gaat op transport naar Paleis Het Loo, waar ze onderdeel zullen uitmaken van de tentoonstelling Der Kaiser! over de glorie en ondergang van de Duitse keizer Wilhelm II. De keizer, die na de Eerste Wereldoorlog enige tijd politiek asiel verleend kreeg op kasteel Amerongen, deed hier afstand van zijn troon.
Het bureau waaraan hij de acte van abdicatie ondertekende is één van de objecten die vandaag op transport gaan. Het is een flink gevaarte, maar het huzarenstukje dat vervoerd moet worden, is toch wel de marmeren buste van de keizer, die hij als dank voor zijn verblijf op het kasteel cadeau deed aan Graaf Van Aldenburg Bentinck.

De buste van Keizer Wilhelm II

De buste van Keizer Wilhelm II

De mannen van Van Kralingen schatten het gewicht van de buste op ca. 500 kilo en het verplaatsen hiervan vraagt om enige voorbereiding. De transporteurs zijn daarom al vanaf 8.00 uur ’s ochtends bezig met het bouwen van een oprit over de buitentrap, en het opbouwen van een kraantje op de toegangsbrug. Eerst worden allerlei hulpmiddelen door het raam, over het balkon heen, naar boven getakeld. Als alles eenmaal binnen is, is het al 11.00 uur.
Er is voor deze gelegenheid een speciale houten kist getimmerd, stevig genoeg, en op maat gemaakt. Terwijl iemand de kist uit elkaar schroeft, wordt elders een takel in elkaar gezet. De keizer wordt in dekens gewikkeld en op kwetsbare plaatsen met foam beschermd. Nu wordt hij ingesnoerd in slings (stevige banden om het beeld mee op te hijsen) en kan het takelen beginnen. Het kost zichtbaar enige moeite, maar hij komt veilig op de pallet terecht, krijgt hier en daar wat ondersteuning van balkjes met foam, en de kist wordt in elkaar geschroefd.

De nieuwe kleding van de keizer

De nieuwe kleding van de keizer

Het zag er tot nu toe best spannend uit, maar volgens Van Kralingen moet het spannendste onderdeel nog komen: het naar buiten takelen.
Rond 14.30 is het zover, de kist verschijnt boven het balkon. Enige seconden hangt hij een beetje vervaarlijk boven de slotgracht, om vervolgens stukje voor stukje te dalen. Tot hij veilig op de grond belandt.

De tentoonstelling Der Kaiser! is vanaf 11 november 2015 te zien in Paleis Het Loo, en loopt tot 28 februari 2016. Voor meer informatie, bezoek de website: Paleis Het Loo