Creatief met kroonsteentjes en klittenband

Als collectiebeheerder moet je vaak creatief zijn. Met tijd, geld en ruimte, maar ook met materialen. Dat ervaar ik maar weer eens tijdens de lesdag in het Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen) in Amsterdam. Onze docent voor deze dag is Martijn de Ruijter, werkzaam als collectiebeheerder bij het museum. Hij zal ons een blik gunnen in de wondere wereld van materialen en depotsteunen.

In de ochtend hebben we op school het examen voor het maken van een depotsteun doorgenomen. We hebben met de klas al eens eerder geoefend met het maken ervan, maar op dat moment was ik nog vrijwel ongehinderd door enige kennis van verpakkingsmaterialen, dus alle informatie ga ik vandaag gulzig tot me nemen.
Er zijn allerlei redenen om een object te ondersteunen. Een steun beschermt een object onder andere tegen vervorming door de zwaartekracht. Instabiele objecten staan steviger met een steun waardoor mechanische schade door omvallen wordt voorkomen. Een steun kan een object ook beter hanteerbaar maken, of er juist voor zorgen dat een kwetsbaar object niet gehanteerd hoeft te worden bij het bekijken ervan. Een steun of verpakking is onmisbaar tijdens transport, omdat het bescherming biedt tegen bijvoorbeeld schokken en trillingen en tegen klimaatschommelingen.

img_20161013_140419964_hdr

Martijn de Ruijter laat verschillende materialen zien

Een depotsteun bestaat niet zelden uit een aantal verschillende materialen. Het verpakkingsmateriaal moet allereerst compatibel zijn met het materiaal van het object. Het moet geen stoffen uitstoten die een schadelijke reactie aangaan met het object dat je wilt beschermen. Daarom wordt vaak gebruik gemaakt van inerte materialen: materialen die geen stoffen bevatten die een reactie met andere stoffen aangaan. Daarnaast moet het materiaal overeenkomen met de kwetsbaarheid van een object. Hardere schuimsoorten kunnen bij wrijving bijvoorbeeld krassen veroorzaken op een gepolychromeerd houten oppervlak. Sommige materialen zijn meer of minder geschikt om te buigen, te lijmen of te snijden. Ook daarmee houd je rekening bij het kiezen van een materiaal.
We krijgen vandaag een stoomcursus veel voorkomende verpakkingsmaterialen. Verschillende houtsoorten, textielsoorten, papier en kunststoffen komen voorbij. Maar ook bamboe satéprikkers, gumtape, gehalveerde kroonsteentjes, acrylaatlijm, visdraad en klittenband. Er zitten ook wat zwarte schaapjes tussen, zoals een stuk eikenhout en een tekening in een mapje van Melinex waarin zich in het ontstane microklimaat azijnzuur heeft gevormd. We worden aangespoord overal even aan te voelen en te ruiken.
Nieuw voor mij is Marvelseal® 360, een zilverkleurige folie die ook wordt gebruikt in de voedingsindustrie vanwege de eigenschap dat het geen geuren doorlaat. Volgens de CAMEO materials database van het Museum of Fine Arts in Boston is het opgebouwd uit aluminiumfolie met aan beide zijden een laagje nylon met daaroverheen een laagje polyethyleen. Het materiaal is naast ‘geurdicht’ ook waterdicht, sterk en flexibel. Als je de polyethyleenlaag verwarmt kun je de verpakking ergens omheen sealen. In dit filmpje zie je hoe een laag Marvelseal heel eenvoudig met een strijkijzer om een stuk hout wordt geseald om te voorkomen dat dampen uit het hout in aanraking komen met het object.

Een algemeen bekend materiaal is Museum Art Foam (MAF®). Dit is een term die door de firma Innosell gebruikt wordt om verschillende folies en schuimsoorten van voornamelijk polyethyleen aan te duiden die geschikt zijn voor het verpakken van museale objecten. Onder de MAF-producten bevindt zich MAF 020; een dunne schuimfolie met een glad oppervlak en gesloten celstructuur. Dit wordt aanbevolen als een materiaal dat geschikt is als eerste verpakkingslaag die bescherming geeft tegen krassen en stoten. Museum Tyvek MAF 16221 E valt ook onder de MAF producten en wordt omschreven als een sterk, waterafstotend en ventilerend materiaal. Speciaal voor muntencollecties is er MAF Muntenschuim waarin de vormen van munten al zijn uitgespaard.

Omdat niet alle objecten qua afmetingen zo uniform zijn als muntenverzamelingen, kun je ook verschillende soorten MAF® en Ethafoam® gebruiken om zelf een steun met passende uitsparingen te maken. Zoals ik heb ondervonden, kan het nog best lastig zijn om een nette, strakke vorm in schuim uit te snijden. Je kunt ook creatieve oplossingen bedenken. Als je een voorwerp met een bolle onderzijde wilt ondersteunen kun je in plaats van een concave (holle) vorm uit te snijden ook een ondersteuning maken door enkele wigvormige stukjes schuim op een plaatje te bevestigen, zoals op de afbeelding hieronder is te zien.
De lijst met geschikte materialen is lang. Ik heb de hele middag druk meegeschreven en ik weet nu al dat ik mijn lijst de komende tijd veelvuldig zal raadplegen. Ik hoop het ook snel in de praktijk te kunnen toepassen, want ik heb het gevoel dat dit een van mijn favoriete onderdelen gaat worden van het beroep van Collectiebeheerder.

img_20161013_154851500

Wigjes van schuim op een plaatje van foamboard ter ondersteuning van de bolle vorm

Housekeeping met vrijwilligers

Wim Hoeben, hoofd beheer en behoud van het Rijksmuseum, leidde de Volkskrant rond door het depot in Lelystad: http://www.volkskrant.nl/depot

Hoeben verwoordt treffend wat hem aantrekt in het werk van een behoudsmedewerker: “Wat het werken in een depot leuk maakt, is dat je aan de spullen mag zitten. En voor mij ook het besef dat je een tijdlang verantwoordelijkheid draagt voor iets wat je vervolgens doorgeeft aan een volgende generatie.”
Zo voelt het voor mij ook vaak als ik fysiek met de objecten bezig ben. Bijvoorbeeld bij een conditiecontrole of bij het verzorgen van een deelcollectie. Maar ook bij het stoffen tijdens een housekeeping-ronde.
Bij kasteel Amerongen wordt housekeeping gedaan door vaste medewerkers en stagiairs, maar bij kasteel de Haar wordt gewerkt met de collectiebeheervrijwilligers. Reguliere schoonmakers zorgen ervoor (wel volgens instructies) dat de route van de rondleiding er presentabel uitziet. Eén keer per maand gaat de groep vrijwilligers onder leiding van de collectiebeheerder aan de slag in een aantal ruimtes die op dat moment aan de beurt zijn om grondig schoongemaakt te worden.
Vorige maand gingen we onder andere aan de slag in de zogenaamde ‘Cuypers-kamer’. Een knusse, prettige L-vormige kamer, met gewelfd plafond en meubels met veel typische Cuypers-ornamenten.
De kamer had een behandeling tegen motten ondergaan en de mottenuitwerpselen moesten worden verwijderd. Verder moest alles worden onstoft en nagekeken. De kamer werd ingedeeld in hoeken waar steeds een tweetal vrijwilligers aan het werk ging. In het midden stond een werktafel waar twee mensen zich ontfermden over de schilderijen en andere draagbare objecten. Bij het terughangen werden meteen de ophangsystemen van de schilderijen gecontroleerd.
Als je zo dicht op de spullen zit en het stof van iedere zitting en ieder ornament verwijdert, zie je ontzettend veel details. Het voelen van het materiaal, zij het met handschoenen, blijft toch wel speciaal omdat je je er steeds van bewust bent iets bijzonders in handen te hebben.
Het was zeker weer leuk om aan de spullen te zitten! Als we goed voor de objecten blijven zorgen, kan het stokje op zijn tijd worden doorgegeven aan de volgende generatie die verantwoordelijkheid zal dragen voor de conservering van de objecten.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Persbezoek

Ook de Telegraaf was ter ore gekomen dat Kasteel Amerongen in de wintermaanden iets bijzonders doet. Een journalist en een fotograaf (Marigold Menno Bausch Fotografie) kwamen langs om een verhaal op te tekenen en foto’s te nemen. Drie keer raden wie er werd opgetrommeld om te figureren? Inderdaad.

Klik hier voor de leesbare ‘papieren’ versie.

12493922_1224867480860922_41433406550580565_o

 

Op werkbezoek

Vrijdag de 15e was ik uitgenodigd om samen met de collectiebeheerder van Kasteel de Haar mee te gaan naar Kasteel Duivenvoorde in Voorschoten. Daar zou oud-collectiebeheerder van de Haar en huidig collectiebeheerder van Duivenvoorde, Arrianne Zeijlemaker, ons een kijkje geven in de housekeeping-praktijken op het kasteel. Behalve dat het leuk was om Arrianne weer eens te zien, was ik ook benieuwd naar haar ervaringen met housekeeping op Duivenvoorde.

IMG_20160115_144229765_HDR

Kasteel Duivenvoorde, Voorschoten

Naast dat een collectiebeheerder zorgdraagt voor het verminderen van risico’s als brand, water- en lichtschade, het depotbeheer etc., is de collectiebeheerder ook verantwoordelijk voor het schoonmaken van de collectie, die in het geval van landhuizen en kastelen bestaat uit het interieur van het huis.
De collectie is als een open vitrine waar dagelijks groepen mensen (rondleidingen) doorheen trekken, dus stof is alom aanwezig. Houten trapleuningen worden met de handen vastgegrepen, en als de gids even niet kijkt, worden de koperen pannen aangeraakt. De handen van mensen laten zuren en vetten achter die een aanslag vormen op objecten. Door de vele kieren van een huis komen schadelijke en onschadelijke insecten binnen. Pissebedden zijn bijvoorbeeld niet direct schadelijk voor de collectie, maar vormen als ze doodgaan weer voeding voor andere insecten.
Het schoonhouden van de collectie is daarom erg belangrijk en dit is waar housekeeping bij komt kijken. Housekeeping, of eigenlijk good housekeeping is een onderdeel van collectiebeheer in historische interieurs. Het omvat een deel schoonmaakwerk, maar het is niet zomaar ‘het doen van het huishouden’. Alles moet namelijk op een verantwoorde manier gebeuren. Zo dragen de housekeepers voor het hanteren van de meeste objecten speciale handschoenen van nitril, en werken ze met specifieke gereedschappen en schoonmaakmiddelen die geen schadelijke residuen achterlaten. Ook zijn housekeepers op de hoogte van de juiste objecthantering en hebben ze een signaleringsfunctie (bijvoorbeeld voor opvallende veranderingen zoals schades, vochtplekken of boormeel op een meubelstuk).

IMG_20160115_124843578

In de servieskast staan de objecten stuk voor stuk op een stukje op maat geknipt foam

Op Duivenvoorde wordt de housekeeping uitgevoerd door een team goed ingewerkte vrijwilligers, onder begeleiding van de collectiebeheerder. Zij werken aan de hand van een jaarplanning en een lijst met werkzaamheden per ruimte, die kunnen worden afgetekend als de werkzaamheden klaar zijn.
Voor het maken van een planning en takenlijst, is het belangrijk om eerst in kaart te brengen wat door schoonmakers gedaan kan worden, wat je de vrijwilligers kan laten uitvoeren, en waar de bevoegdheden van vrijwilligers ophouden. Verder is van belang om te weten wat dagelijkse taken zijn, en welke taken zich periodiek herhalen. Je moet ook bedenken hoe vaak je iets schoonmaakt, en waarom je het doet. Wat doe je voor het zicht (in het oog springende objecten naast de looproute) en wat is noodzakelijk voor het behoud van de collectie?
Deze en meer tips neem ik dankbaar mee naar huis! Voorlopig kan ik hier nog wel even op broeden, want het komt ongetwijfeld de komende tijd nog van pas.

IMG_20160115_124009747

Arrianne Zeijlemaker toont haar afstudeerproject van de Reinwardtacademie: de reorganisatie van de zolderopslag

Lees verder

Putting the house to bed

De afgelopen weken was het stil op mijn blog, maar ik heb zeker niet stilgezeten. Op kasteel Amerongen was iedereen druk in de weer met de voorbereidingen voor de kerstroute, die daarna gevolgd werd door de winterop(en)stelling.

Veel landhuizen en kastelen werden vroeger alleen in de zomer bewoond. In de winter trokken families naar een comfortabelere (beter te verwarmen) verblijven elders. Het zomerhuis werd dan klaargemaakt voor de winter. Er werd schoongemaakt, en de meubels en andere voorwerpen werden afgedekt met lakens om de spullen te beschermen tegen de laag stof die zich in de wintermaanden ophoopte.
In Groot Brittannië wordt deze traditie voortgezet; in de winter zijn veel landhuizen en kastelen gesloten voor publiek. De National Trust, de Britse instelling voor het behoud van historische en natuurlijke monumenten, begint rond oktober met ‘putting the house to bed’.

In een filmpje van de National Trust zie je wat er in de wintermaanden allemaal gedaan wordt in het Beatrix Potter’s Hilltop House:

Tegenwoordig is het niet alleen uit traditie dat het huis winterklaar wordt gemaakt. Het sluiten van het huis heeft een aantal belangrijke voordelen voor het beheer en behoud van de collectie. De National Trust noemt er een aantal op haar website: tijdens de wintersluiting hoeft voor het klimaat geen rekening gehouden te worden met het comfort voor bezoekers, zodat de koude winterse temperaturen gebruikt kunnen worden om het klimaat (temperatuur in combinatie met luchtvochtigheid) in balans te houden om de kans op schimmels en ongedierte te verkleinen. Daarnaast hebben de behoudsmedewerkers in de winter de tijd en de ruimte om objecten en ruimtes aan een grondige schoonmaak en inspectie te onderwerpen. Er kan worden gecontroleerd op schade van insecten en de algehele toestand van objecten kan worden nagelopen. Ook kan er worden gekeken naar tekenen van achteruitgang van de toestand van de ruimte, en er kunnen acties gepland worden om verder verval tegen te gaan. Bovendien zorgt sluiten van een huis voor minder lichtschade omdat de lampen uit gaan en de luiken een tijd gesloten blijven.

Ook in kasteel Amerongen wordt de collectie schoongemaakt en afgedekt voor de winterperiode. Het verschil met de meeste Britse huizen is dat het huis gewoon blijft geopend voor publiek, hoewel voor minder dagen per week, zodat de behoudsmedewerkers op andere dagen hun winterwerkzaamheden kunnen uitvoeren.
Kasteel Amerongen wordt niet verwarmd voor bezoekers, waardoor er geen extra maatregelen voor het klimaat getroffen hoeven te worden, en er wordt een streng lichtplan gehandhaafd. Als alle objecten zijn afgedekt, is er ook tijd om de deelcollecties zoals keramiek en porselein en het koper te verzorgen.

Tijdens de periode van winterslaap is er een speciale rondleiding. Een aantal rondleiders twijfelt over deze route langs de afgedekte objecten: ‘Met al die lakens is er niets te zien!’ Maar de rondleiding voert ook langs ruimten die anders gesloten blijven voor publiek, zoals een depotruimte, de zolderverdieping en de diensttrappen. Onderweg wordt er verteld over het beheer en behoud achter de schermen, en over hoe men vroeger omging met de voorbereidingen voor de winter. Een uitgelezen kans, lijkt mij, om het publiek te laten zien wat er achter de schermen allemaal bij het behouden van een historisch interieur komt kijken!

In groten getale

De galerij van kasteel Amerongen leent zich erg goed voor bijzondere, sfeervolle evenementen, zoals orgel- of pianoconcerten. Maar het is vandaag, 11 november, ook de ideale locatie voor de boekpresentatie van Wilhelm II in Nederland, 1918-1941, de heruitgave van de dagboekaantekeningen van Sigurd von Ilsemann.

IMG_20151118_113640370

Deze middag help ik met het inpakken van presentexemplaren en de boekverkoop. Ondertussen kijk ik mee hoe zo’n evenement in zijn werk gaat en let ik vooral op de stroom van bezoekers en de eventuele schaderisico’s voor het interieur.
140 bezoekers worden er verwacht. Bij de ingang staan gastvrouwen en gastheren klaar om de gasten de weg te wijzen. Er wordt verzocht grote tassen in kluisjes te plaatsen. Zelfs bij een beschaafd gezelschap als vanavond, moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen tegen diefstal en vandalisme. Vanwege de koele temperatuur in het grotendeels onverwarmde kasteel, mogen de gasten hun jassen bij zich houden.
Op de begane grond staat de koffie en thee al klaar. Op de galerij zijn een katheder en een projectiescherm geplaatst, de rest van de ruimte wordt in beslag genomen door rijen stoelen voor de genodigden.

_DSC1463_bewerkt-1

Foto: Toos van Eck

De verlichting op de galerij is sfeervol, maar schaars. De luiken zijn geslsoten, dus de schilderijen en andere objecten vangen niet meer licht dan anders. Wat wel omhoog zal schieten, is de luchtvochtigheid. Bij eerdere evenementen was dat duidelijk te zien aan de meetresultaten van de klimaatmeters. Het is een korte piek van een uur of drie waarbij de luchtvochtigheid stijgt. Dit ebt ook redelijk snel weer weg.
Op het projectiescherm wordt een stomme film afgespeeld. De film wordt, erg leuk en origineel, begeleid door een pianiste op de Erard-vleugel uit 1870. Deze is in 2007 gerestaureerd en verkeert in goede staat. Daardoor is het mogelijk om hem af en toe, bij dit soort evenementen te laten bespelen.
Na afloop is er een borrel in het souterrain. Het is het meest voor de hand liggend om hapjes en drankjes op die etage te serveren. Hier is een stenen vloer en de keuken is nabij, wat handig is met het oog op knoeien en schoonmaken.
Een paar bezoekers lopen met hun wijnglazen de trap op. Ze willen nog even naar de galerij om een foto te maken. Een gastvrouw, die alles goed in de gaten houdt, fluit ze terug. De drankjes mogen niet mee naar boven.

Der Kaiser!

Maandag 26 november voert kunsttransportbedrijf Van Kralingen een omvangrijke operatie uit op kasteel Amerongen. Hoewel ik thuis middenin een verhuizing zit, en het eigenlijk herfstvakantie is, kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ga ik toch even kijken.

Een aantal objecten gaat op transport naar Paleis Het Loo, waar ze onderdeel zullen uitmaken van de tentoonstelling Der Kaiser! over de glorie en ondergang van de Duitse keizer Wilhelm II. De keizer, die na de Eerste Wereldoorlog enige tijd politiek asiel verleend kreeg op kasteel Amerongen, deed hier afstand van zijn troon.
Het bureau waaraan hij de acte van abdicatie ondertekende is één van de objecten die vandaag op transport gaan. Het is een flink gevaarte, maar het huzarenstukje dat vervoerd moet worden, is toch wel de marmeren buste van de keizer, die hij als dank voor zijn verblijf op het kasteel cadeau deed aan Graaf Van Aldenburg Bentinck.

De buste van Keizer Wilhelm II

De buste van Keizer Wilhelm II

De mannen van Van Kralingen schatten het gewicht van de buste op ca. 500 kilo en het verplaatsen hiervan vraagt om enige voorbereiding. De transporteurs zijn daarom al vanaf 8.00 uur ’s ochtends bezig met het bouwen van een oprit over de buitentrap, en het opbouwen van een kraantje op de toegangsbrug. Eerst worden allerlei hulpmiddelen door het raam, over het balkon heen, naar boven getakeld. Als alles eenmaal binnen is, is het al 11.00 uur.
Er is voor deze gelegenheid een speciale houten kist getimmerd, stevig genoeg, en op maat gemaakt. Terwijl iemand de kist uit elkaar schroeft, wordt elders een takel in elkaar gezet. De keizer wordt in dekens gewikkeld en op kwetsbare plaatsen met foam beschermd. Nu wordt hij ingesnoerd in slings (stevige banden om het beeld mee op te hijsen) en kan het takelen beginnen. Het kost zichtbaar enige moeite, maar hij komt veilig op de pallet terecht, krijgt hier en daar wat ondersteuning van balkjes met foam, en de kist wordt in elkaar geschroefd.

De nieuwe kleding van de keizer

De nieuwe kleding van de keizer

Het zag er tot nu toe best spannend uit, maar volgens Van Kralingen moet het spannendste onderdeel nog komen: het naar buiten takelen.
Rond 14.30 is het zover, de kist verschijnt boven het balkon. Enige seconden hangt hij een beetje vervaarlijk boven de slotgracht, om vervolgens stukje voor stukje te dalen. Tot hij veilig op de grond belandt.

De tentoonstelling Der Kaiser! is vanaf 11 november 2015 te zien in Paleis Het Loo, en loopt tot 28 februari 2016. Voor meer informatie, bezoek de website: Paleis Het Loo

Grafstenen schrobben

Maandag 5 oktober was beeldenrestaurator Nicolas Verhulst op Kasteel Amerongen om een workshop te geven aan de behoudsmedewerkers en vrijwilligers. Marieke en ik mochten erbij zijn. Ik dacht dat het slechts een paar uurtjes zou duren, maar Nicolas blijkt genoeg stof te hebben voor de hele dag!

In vogelvlucht (hoewel best wel uitgebreid) neemt Nicolas ons mee in zijn verhaal over het ontstaan van verschillende gesteenten, de delving en de bewerking ervan. Ik heb nooit geweten dat zandsteen (ontstaan uit zandkorreltjes die onder gigantische druk zijn samengepakt), onder invloed van grote hitte uit het binnenste van de aarde, kan vervormen tot die andere steensoort met die mooie gekleurde aders: marmer.

Bewustwording en documentatie zijn belangrijk!

Bewustwording en documentatie zijn belangrijk!

Na deze interessante achtergrondinformatie nemen we kennis van de verschillende schadefactoren die op steen van toepassing zijn. Je kan hier, net als bij andere materialen, onderscheid maken tussen verschillende schadefactoren zoals mechanische (fysische), biologische, chemische en klimatologische schades.

Verweringsfactoren

Verweringsoorzaken

Als een beeld door een klap bijvoorbeeld een arm verliest, en deze moet worden gerestaureerd, schakel je het best de hulp in van een beeldenrestaurator. Maar als je beeld bedekt wordt door korstmossen of algen, kun je daar als behoudsmedewerker of vrijwilliger zelf iets aan doen. Om dit te ondervinden trokken we, gewapend met twee grote plantenspuiten, (tanden)borstels, en satéprikkers de tuin in.
Verscholen in een hoekje van de tuin ligt de (huis)dierenbegraafplaats van Kasteel Amerongen. Hier rusten Hector, Miki en andere geliefde huisdieren van de oorspronkelijke bewoners van het kasteel. De grafstenen zijn zo’n honderd jaar oud en de tijd en het weer hebben zijn sporen nagelaten. Eén steen is gewoonweg door midden gebroken, maar de anderen zijn vooral bedekt door dode (zwarte) en levende (groene) korstmossen. Het is de bedoeling dat we deze laatste te lijf gaan.
In de plantenspuiten zit een oplossing met een QUAT-biocide dat de korstmossen zal doden. Als we het op de stenen sprayen, kunnen we een deel van het vuil al wegschrobben met een harde borstel. De groene korstmosjes laten zich gemakkelijk verwijderen met een satéprikker, die ook handig blijkt te zijn voor het uitkrabben van de gebeitelde letters.

Het (voorlopige) resultaat

Het (voorlopige) resultaat

Deze grafstenen (en de meeste beelden) kunnen best een enigszins grove schoonmaakbeurt gebruiken. Maar bij de mooie achttiende-eeuwse zandstenen Diana bijvoorbeeld ga je iets voorzichtiger te werk. Als je een beeld schoonmaakt, begin je niet wild te poetsen op een willekeurig stukje. Het is belangrijk om eerst na te denken over welk resultaat je precies wilt bereiken. Soms wil je niet dat het er splinternieuw uit komt te zien. En het kan gebeuren dat sommige delen van het beeld makkelijker te reinigen zijn dan andere delen. Omdat je geen storende plekken wilt hebben in je eindresultaat moet je hier ook rekening mee houden.
Het is de bedoeling dat vrijwilligers met deze nieuw verworven vaardigheden aan de slag gaan met de beelden en grafzerken van Amerongen. Ik ben benieuwd wat over pakweg een jaar het effect hiervan zal zijn!

Door weersinvloeden is de linkerkant van het beeld geërodeerd, terwijl de rechterzijde behoorlijk gaaf is gebleven.

Door weersinvloeden is de linkerkant van het beeld geërodeerd, terwijl de rechterzijde behoorlijk gaaf is gebleven.

Bijzonder bezoek

Het leuke aan de opleiding Collectiebeheer is dat je nog eens ergens komt. Gisteren waren we in het depot van het Rijksmuseum. Een locatie die je gewoonlijk niet zo snel vanbinnen te zien krijgt.

Het depot bevindt zich op een industrieterrein in Lelystad en oogt vanaf de buitenkant meer als een gevangenis dan als een kunstwalhallla. Als we eenmaal alle beveiliging zijn gepasseerd (dubbele beveiligde toegangshekken met prikkel- en stroomdraad en identificatieplicht) blijkt de sfeer binnenin het gebouw een stuk vriendelijker. Helaas mag ik vanwege veiligheidsredenen en beeldrechten geen gevoelige foto’s plaatsen, dus heb ik mijn illustraties zorgvuldig gekozen.

Te gast bij het Rijksmuseum, depot Lelystad

Te gast bij het Rijksmuseum, depot Lelystad


We worden opgehaald door Dennis Kemper, die ons uitlegt hoe het depot op deze locatie is terechtgekomen: Toen het Rijksmuseum werd verbouwd werd er rond 2003 gezocht naar een geschikte ruimte om de museale objecten tijdelijk onder te brengen. In het gebouw van de Koninklijke Munt kwam een hal vrij van 50 bij 50 meter. De locatie was geschikt, onder andere omdat het dicht bij de snelweg lag en maar één ingang had – dus goed te beveiligen was.
De 8 meter hoge loods leende zich voor een opdeling in twee verdiepingen. Daarna werd er uitgebreid door een extra loods in gebruik te nemen. De tweede grote hal heeft geen verdieping en is bestemd voor de extra grote en moeilijk hanteerbare objecten. Dit is de ruimte die we het eerst zullen zien.
Onderweg wijst Dennis ons op de aanwezige fotostudio, de quarantaineruimte en een inpakruimte waar allerlei verpakkingsmaterialen op voorraad zijn. We staan even stil bij een mooie maquette van het museumgebouw in Amsterdam. In het museum zelf, in de torentjes en onder het fietspad, bevinden zich ook een aantal depotruimtes, vertelt Dennis. Onder andere het prentendepot en het depot voor bibliotheekboeken. In het museum is een studiezaal waar bezoekers deze objecten kunnen aanvragen en raadplegen. Dan is het wel zo handig als de objecten zich in de buurt bevinden.

Maquette Rijksmuseum Amsterdam

Maquette Rijksmuseum Amsterdam


Als we de grote hal (voor grote objecten) betreden zie ik veel grof materiaal. Stukken muur, bouwonderdelen, een oud hek. Maar ook beelden, en heel, héél grote kasten. Ik zie meteen wat wordt bedoeld met de moeilijker hanteerbare objecten.
Hier neemt Dennis de tijd om ons uit te leggen welke veiligheidsmaatregelen er getroffen worden als er brand uitbreekt. Aan het plafond van de loods hangen (droge) waterleidingen met sprinklers. Er zit geen water in de leidingen, dat gaat pas stromen als het systeem wordt geactiveerd. In de andere hal zullen we een gasblussysteem zien dat werkt op stikstof. Daarmee kan in korte tijd het zuurstofgehalte in de ruimte omlaag worden gebracht, zodat het vuur wordt gedoofd.

Voorzichtig!

Voorzichtig!


In deze andere hal, met de verdieping, staan de schilderijrekken, die je op tv weleens ziet. Ik loop een rondje en vergaap me aan alle spullen die er staan, zelfs een Vermeer! Zoveel moois bij elkaar, en zo geconcentreerd! Behalve schilderijen, staan hier ook meubels, beelden, een miniatuurhuis en nog veel meer. Studiegenoot Marieke herinnert me eraan dat we met andere ogen moeten kijken: die van Collectiebeheerder. Het is even schakelen, maar ik zie dat hier ook sprinklers hangen, en dat de stellingen met de meubels verrijdbaar zijn door aan een wiel te draaien.
Iemand merkt op dat het depot erg schoon is. Onze rondleider heeft overal een antwoord op: Ten eerste wordt de lucht in de ruimte afgezogen en wordt er schone lucht in geblazen waardoor er weinig stof in de lucht zit. Daarnaast worden de gangpaden eens in de paar maanden gezogen, als het nodig is, en eens in de 3 à 4 jaar is er een periodieke schoonmaak, waarbij ook de armaturen van lampen en de buizenstelsels onder handen worden genomen. Over de textiele bekleding van stoelen zit een hoes. Tegenwoordig worden ze gemaakt van Tyvek (een synthetisch materiaal dat lijkt op papier, maar niet scheurt, waterdicht is en waterdamp doorlaat) en losjes over het meubel geworpen, terwijl er vroeger een katoenen hoes precies op maat werd gemaakt. Die hoezen zaten echter te strak, waardoor je bij het verwijderen het kwetsbare textiel kan beschadigen.
Ondanks alle maatregelen is deze depotlocatie niet ideaal. Het lekt dan wel niet, maar door gaten en kieren hebben vliegen en ander ongedierte nog alle gelegenheid om binnen te komen. Daarom is er extra aandacht voor pest management. Het streven is om in 2018 een nieuwe depotruimte in gebruik te nemen. Welke locatie dat wordt, is nog lang niet duidelijk, maar er wordt in de voorbereidingen zelfs wel alvast rekening gehouden met de klimaatverandering van de aarde. D.w.z. het stijgen van de zeespiegel in Nederland!
In de middag werken we aan een opdracht. Samen met een studiegenoot bedenk ik hoe we een ijzeren harnas in zullen pakken voor een drie uur durend transport. Het plan moet zo helder zijn omschreven dat het voor andere direct duidelijk moet zijn wat de bedoeling is. Het was een geslaagde opdracht, waardoor we weer wat meer inzicht kregen in art handling van objecten.

Inpakken en wegwezen!

Donderdag 24 september kregen we een eerste les over het transport en art handling van museale voorwerpen. Om een beeld te krijgen van hoe zo’n transport wordt aangepakt bekeken we twee filmpjes. Ze gingen over de verhuizing van de collectie van het Zoölogisch Museum naar Naturalis in Leiden. Dit was een grootschalige operatie die een half jaar duurde. Op de beelden zag je hoe het transportbedrijf potjes op ‘sterk water’ (alcohol) inpakte, en hoe de collectie opgezette dieren werd vervoerd.
We keken met het oog van een toekomstig collectiebeheerder naar de werkwijze en zagen dat er verschillende hulpmiddelen werden gebruikt, maar dat niet altijd alle veiligheidsvoorschriften werden nageleefd. Bij het uitpakken van de opgezette dieren werden bijvoorbeeld geen handschoenen gedragen, terwijl de formaldehyde waarmee de objecten zijn behandeld niet al te best is voor de gezondheid. Verder zag je dat de rolcontainers niet volgens de voorschriften waren ingesnoerd, en zag je hoe iemand zichzelf bij het tillen overschatte. Het ging maar net goed!
Deze operatie was zo omvangrijk, dat het misschien niet haalbaar is om alles exact volgens de regels te doen, maar als transporteur moet je hier natuurlijk wel naar streven.
Om de glazen potjes met de inhoud te beschermen werden ze in kratten gezet en werd er soepel ribbelkarton tussen de potjes gevlochten, zodat ze elkaar niet stuk stootten. Als je ze niet teveel ruimte geeft in het krat, bouwen ze bij eventuele verschuiving niet genoeg kracht op om hard op een ander potje te botsen.
Opgezette dieren en skeletten werden met spanbanden en plastic omwonden en eerst naar de vriescel gebracht om daar een weekje te vertoeven op ten minste -20 graden Celsius. De bedoeling is dat eventueel ongedierte dan is uitgeroeid samen met de poppen, larven en de eitjes.

Gezamenlijk stelden we een stappenplan op voor het inpakken van objecten. Belangrijke factoren zijn het materiaal, het gewicht en de afmetingen. Hoe zit het object in elkaar? Is er schade waar je rekening mee moet houden? Vraagt het object om bepaalde klimaateisen?

Met een zelfgekozen object, in mijn geval een wajangpop, werden we meteen in het diepe gegooid. De opdracht was om je object zo in te pakken dat het klaar was om vervoerd te worden naar het depot. De tijd was kort, dus ik ging snel aan de slag. Ik richtte me er vooral op dat de pop met zijn bungelende armen niet in de knoop zou raken, en dat de houten stokjes aan de armen niet konden breken. Op de foto zie je hoe ik de pop op een stuk ‘eiermat’ heb gelegd, en de beweeglijkheid heb beperkt met tie rips. We moesten ‘iets met karton’ doen, zodat onze handvaardigheid kon worden beoordeeld, dus ik besteedde ook enige aandacht aan een kartonnen doos. Het was leuk om te zien hoe iedereen op zijn eigen manier een creatieve oplossing had bedacht.

Inpakken van de wajangpop

Inpakken van de wajangpop

Als ultieme proef moest iemand anders jouw voorwerp uitpakken. Mij wajangpop bleek lastig los te krijgen, vanwege de tie rips. Hiervoor had ik beter iets anders kunnen gebruiken. Nog beter was geweest als ik de pop staande had vervoerd, door de houten pen en de stokjes aan de armen in foam te prikken. Dat is een goede tip voor een volgende keer!
Gelukkig was dit nog maar een proef, en verpakken zal nog vaker terugkomen in de opleiding. En één van de examens waar we naartoe werken is het maken van een depotsteun voor een specifiek object.